De notulen van de vorige vergadering zijn ter beschikking van de gemeenteraadsleden. Zij kunnen er kennis van nemen via eNotulen. Het verslag van de vorige raad ligt telkens ter goedkeuring voor.
Elk raadslid heet het recht tijdens de zitting opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen aangepast. Als er geen opmerkingen zijn, beschouwt men de notulen als goedgekeurd en worden ze door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur ondertekend.
- de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende het bestuurlijk toezicht en de bekendmakingsplicht in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005
- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 32
- het huishoudelijk reglement voor de gemeenteraad
- verslag vorige zitting
Het verslag van de vorige vergadering wordt goedgekeurd.
De gemeente is deelnemer van de dienstverlenende vereniging C-smart (voorheen Cipal dv).
De gemeente werd op 29 oktober 2025 via mail uitgenodigd op de algemene vergadering van C-smart die op donderdag 18 december 2025 om 16u. zal plaatsvinden op digitale wijze via een door C-smart ter beschikking gesteld elektronisch communicatiemiddel.
- Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (“DLB”) en in het bijzonder art. 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking;
- De statuten van C-smart.
De agenda voor de algemene vergadering van C-smart van donderdag 18 december 2025 werd als volgt samengesteld:
Dit rekening houdend met de toelichtende nota van C-smart betreffende deze agendapunten en de voorstellen van de Raad van Bestuur van C-smart.
Er zijn geen redenen voorhanden om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Bij gemeenteraadsbesluit van 3 maart 2025 werden de volgende raadsleden voor de huidige legislatuur aangesteld om de gemeente te vertegenwoordigen op de algemene vergaderingen van C-smart:
- de heer Chris Marreel, schepen, wonende te 8740 Pittem, Wingensesteenweg 9, 8740 Pittem als vertegenwoordiger en
- de heer Stijn Vandenhende, schepen, Verbieststraat 7b, 8740 Pittem als plaatsvervangend vertegenwoordiger.
Artikel 1
Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goedgekeurd.
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
Conform de richtlijnen van BBC 3.0 bestaat het meerjarenplan uit 4 onderdelen:
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt goedgekeurd.
Artikel 2
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Kredieten gemeente | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 6.157.398 euro | 4.938.187 euro |
| Investeringen | 2.247.500 euro | 775.000 euro |
| Financieringen | 225.552 euro | 0 euro |
Artikel 3
De kerncijfers van het meerjarenplan worden in onderstaande tabel samengevat:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Exploitatiesaldo | 1.086.309 | 807.373 | 823.698 | 871.021 | 815.886 | 767.313 |
| II. Investeringssaldo | -3.899.671 | -2.421.980 | -4.233.026 | -3.919.668 | -521.455 | -388.289 |
| IV. Financieringssaldo | -509.069 | 2.489.453 | -513.624 | -593.212 | -606.603 | -621.781 |
| V. Budgettair resultaat van het boekjaar | -3.322.432 | 874.846 | -3.922.952 | -3.641.858 | -312.173 | -242.757 |
| VI. Gecummuleerd budgettair resultaat van het vorig boekjaar | 10.660.689 | 7.338.258 | 8.213.103 | 4.290.151 | 648.293 | 336.120 |
| IX. Beschikbaar resultaat | 7.338.258 | 8.213.103 | 4.290.151 | 648.293 | 336.120 | 93.363 |
| Autofinancieringsmarge | 461.585 | 181.066 | 194.970 | 277.809 | 209.282 | 145.532 |
| Gecorrigeerde autofinancieringsmarge | 855.669 | 622.881 | 670.872 | 515.747 | 264.530 | 284.948 |
Conform de richtlijnen van BBC 3.0 bestaat het meerjarenplan uit 4 onderdelen:
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt vastgesteld.
Artikel 2
De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Kredieten gemeente | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 8.388.329 euro | 10.693.848 euro |
| Investeringen | 3.140.340 euro | 713.169 euro |
| Financieringen | 897.397 euro | 613.880 euro |
Artikel 3
De kerncijfers van het meerjarenplan worden in onderstaande tabel samengevat:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| I. Exploitatiesaldo | 1.086.309 | 807.373 | 823.698 | 871.021 | 815.886 | 767.313 |
| II. Investeringssaldo | -3.899.671 | -2.421.980 | -4.233.026 | -3.919.668 | -521.455 | -388.289 |
| IV. Financieringssaldo | -509.069 | 2.489.453 | -513.624 | -593.212 | -606.603 | -621.781 |
| V. Budgettair resultaat van het boekjaar | -3.322.432 | 874.846 | -3.922.952 | -3.641.858 | -312.173 | -242.757 |
| VI. Gecummuleerd budgettair resultaat van het vorig boekjaar | 10.660.689 | 7.338.258 | 8.213.103 | 4.290.151 | 648.293 | 336.120 |
| IX. Beschikbaar resultaat | 7.338.258 | 8.213.103 | 4.290.151 | 648.293 | 336.120 | 93.363 |
| Autofinancieringsmarge | 461.585 | 181.066 | 194.970 | 277.809 | 209.282 | 145.532 |
| Gecorrigeerde autofinancieringsmarge | 855.669 | 622.881 | 670.872 | 515.747 | 264.530 | 284.948 |
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen inzonderheid de artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 1 dat bepaalt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 2 dat bepaalt: ‘de dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. Het akkoord wordt bereikt ten laatste op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de dotatie bestemd is. …’
Overwegende dat de gemeente Pittem conform het Koninklijk Besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones, wordt ingedeeld in hulpverleningszone 2 West-Vlaanderen (verder Zone Midwest genoemd);
Overwegende dat Zone Midwest in zitting van de zoneraad op 24 juni 2025 een akkoord bereikte m.b.t. de meerjarenbegroting 2026-2031 inclusief de financiële verdeelsleutel die de dotatie voor brandweer en ambulance aan de Zone Midwest bepaalt van elke gemeente;
Overwegende dat Zone Midwest in zitting van het zonecollege op 26 augustus 2025 de pré-begroting besprak;
Overwegende dat de begrotingscommissie van Zone Midwest op 16 september 2025 een positief advies verleende;
Overwegende dat Zone Midwest in zitting van het zonecollege op 26 september 2025 de ontwerpbegroting goedkeurde;
Overwegende dat de financiële verdeelsleutel en de meerjarenbegroting 2026-2031 opnieuw werden bevestigd door de zoneraad in zitting van 26 september 2025;
Overwegende dat een informatievergadering voor de gemeentebesturen plaats vond op donderdag 2 oktober 2025.
Overwegende dat de begroting voor het financieel dienstjaar 2026 werd goedgekeurd door de zoneraad in zitting van 24 oktober 2025;
Overwegende dat de totale exploitatietoelage van de gemeenten voor 2026 voor brandweer € 7.611.414,00 en voor ziekenwagendiensten € 231.723,00 bedraagt.
Overwegende dat de totale investeringstoelage voor 2026 voor brandweer € 1.910.000,00 en ziekenwagendiensten € 200.000,00 bedraagt.
Overwegende dat de totale gemeentelijk gezamenlijke toelage € 9.953.137,00 bedraagt.
De exploitatietoelage voor de gemeente Pittem wordt vastgesteld op € 228.594,00 en de investeringstoelage voor de gemeente Pittem wordt vastgesteld op € 66.070,00 Deze kredieten werden voor het jaar 2026 in het MJP 2026-2031 ingeschreven.
Gelet op het visum van de financieel directeur op de ingeschreven toelagen verleend op 28/10/2025.
Op voorstel van de burgemeester.
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt akte van de financiële verdeelsleutel die de jaarlijkse bijdrage van elke gemeente aan de Zone Midwest vastlegt en die door de zoneraad in zitting van 26 september 2025 voor de begroting 2026 werd herbevestigd.
Artikel 2:
De gemeenteraad gaat akkoord met de exploitatietoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer |
ziekenwagen |
|
| Ardooie |
€ 278.969,00 |
€ 12.745,00 |
| Dentergem |
€ 217.085,00 |
€ 788,00 |
| Hooglede |
€ 301.960,00 |
€ 10.520,00 |
| Ingelmunster |
€ 306.518,00 |
€ 7.577,00 |
| Izegem |
€ 762.105,00 |
€ 33.275,00 |
| Lichtervelde |
€ 231.844,00 |
€ 10.034,00 |
| Moorslede |
€ 287.452,00 |
€ 8.273,00 |
| Oostrozebeke |
€ 210.431,00 |
€ 3.059,00 |
| Pittem |
€ 220.646,00 |
€ 7.948,00 |
| Roeselare |
€ 2.961.862,00 |
€ 103.395,00 |
| Staden |
€ 314.420,00 |
€ 11.123,00 |
| Tielt |
€ 971.681,00 |
€ 15.479,00 |
| Wingene |
€ 546.441,00 |
€ 7.507,00 |
| € 7.611.414,00 |
€ 231.723,00 |
Artikel 3:
De gemeenteraad gaat akkoord met de investeringstoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer |
ziekenwagen |
|
| Ardooie |
€ 75.445,00 |
€ 11.000,00 |
| Dentergem |
€ 53.671,00 |
€ 680,00 |
| Hooglede |
€ 81.557,00 |
€ 9.080,00 |
| Ingelmunster |
€ 81.557,00 |
€ 6.540,00 |
| Izegem |
€ 219.077,00 |
€ 28.720,00 |
| Lichtervelde |
€ 63.030,00 |
€ 8.660,00 |
| Moorslede |
€ 77.164,00 |
€ 7.140,00 |
| Oostrozebeke |
€ 52.143,00 |
€ 2.640,00 |
| Pittem |
€ 59.210,00 |
€ 6.860,00 |
| Roeselare |
€ 654.175,00 |
€ 89.240,00 |
| Staden |
€ 84.995,00 |
€ 9.600,00 |
| Tielt |
€ 260.906,00 |
€ 13.360,00 |
| Wingene |
€ 147.070,00 |
€ 6.480,00 |
| € 1.910.000,00 |
€ 200.000,00 |
Artikel 4:
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de voorzitter van de zoneraad van Zone Midwest, Kwadestraat 159 te 8800 Roeselare én aan de zonesecretaris van Zone Midwest.
Artikel 5:
Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Op 1 november 2025 werden de gemeentelijke dotaties bezorgd van de participerende gemeenten van de Politiezone Regio Tielt ter vaststelling.
Het evenwicht in de gewone dienst komt tot stand door een dotatie van de gemeenten aan de politiebegroting die gelijk is aan het verschil tussen de gewone uitgaven en gewone ontvangsten van de politiebegroting; de gemeentelijke dotatie vormt bijgevolg het sluitstuk van de politiebegroting;
De dotatie 2026 van de gemeente Pittem aan de politiezone wordt bepaald als volgt :
- exploitatietoelage : € 510.523
- investeringstoelage : € 36.050
De totale toelage zoals voorgesteld in het politiecollege van de Politiezone Regio Tielt werd opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
Gelet op het visum van de financieel directeur verleend op 17 november 2025.
Artikel 1:
De dotatie van de gemeente Pittem aan de Politiezone Regio Tielt voor het boekjaar 2026 wordt vastgesteld op 546.573,00 euro. De exploitatietoelage bedraagt 510.523 euro. De investeringstoelage bedraagt 36.050 euro.
Artikel 2:
Deze beslissing wordt ter kennisgeving overgemaakt aan:
- Gouverneur van West-Vlaanderen, Dienst politionele veiligheid – FAC Kamgebouw – Koning Albert –I-Laan 1/5 bus 6 – 8200 Brugge
- de voorzitter van de Politiezone Regio Tielt, Grote Hulststraat 6, 8700 Tielt
- de zonechef, Grote Hulststraat 6, 8700 Tielt
- de heer Olivier Ramon, bijzondere rekenplichtige van de PZ Tielt, p/a, Grote Hulststraat 6, 8700 Tielt.
Actualisatie van het retributiereglement op de afgifte van fotokopies.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.6.1, budgetrekening 0110-00/7000400.
Artikel 1 : Toepassingsgebied
Dit retributiereglement is van toepassing op de afgifte van fotokopies bij de dienst onthaal van de Gemeente Pittem voor het afleveren van kopieerwerk.
Artikel 2 : Definities
2.1. Toegelaten categorieën
Volgende categorieën kunnen een aanvraag richten tot Gemeente Pittem voor het uitvoeren van kopieerwerk:
Artikel 3 : Tarieven
Alle hieronder vermelde bedragen zijn cumulatief en inclusief btw.
De tarieven worden als volgt vastgelegd :
| KOPIEERWERK | TARIEF |
| A4 80 gr zwart-wit / enkelzijdig | € 0,05 |
| A4 80 gr kleur / enkelzijdig | € 0,10 |
| A3 80 gr zwart-wit / enkelzijdig | € 0,10 |
| A3 80 gr kleur / enkelzijdig | € 0,20 |
dubbelzijdig : prijs x2
Artikel 4 : Betalingsmodaliteiten
Betalingen gebeuren elektronisch aan de balie.
Indien dit niet mogelijk is kan uitzonderlijk een factuur worden opgemaakt. Deze betaling dient te gebeuren via overschrijving op het rekeningnummer van Gemeente Pittem.
Artikel 5 : Delegatie
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd tot :
Artikel 6 : Bezwaar
Indien een gebruiker niet akkoord gaat met een opgelegde retributie, kan schriftelijk bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail naar gemeente@pittem.be. Het bezwaar moet worden ingediend hetzij binnen de drie maanden na afloop van het geleverde goed, hetzij binnen de drie maanden na ontvangst van de factuur – te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van de factuur.
Dienst onthaal neemt kennis van het bezwaar en legt dit – tenzij het materiële vergissingen betreft waarbij deze door de dienst onthaal zelf kunnen worden rechtgezet – ter beoordeling voor aan het College van Burgemeester en Schepenen. Het College van Burgemeester en Schepenen oordeelt de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het bezwaar. De bezwaarindiener wordt van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen op de hoogte gebracht.
Artikel 7 : Inwerkingtreding
Dit retributiereglement treedt in werking vanaf 01/01/2026. Het reglement vervangt alle voorgaande regelgevingen met betrekking tot de genoemde activiteiten en diensten van gemeente Pittem.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het huidige reglement voor de geboorte- en adoptiepremie dateert van 29 juni 2015 en is aan herziening toe.
Meer dan 20 jaar lang kent onze gemeente een geboortetoelage toe als financieel steuntje voor jonge ouders. Met deze aanpassing van het reglement kan de gemeente beter inspelen op de huidige maatschappelijke realiteit door elk kind op gelijke wijze te ondersteunen. Voortaan ontvangen ouders bij de geboorte of adoptie van ieder kind een toelage van 50 euro. In het vorig reglement werd het bedrag bepaald op basis van het aantal kinderen.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.11.1, budgetrekening 0949-00/6491055.
Artikel 1
De gemeentelijke geboorte- en adoptiepremie wordt vastgesteld op 50 euro bij de geboorte of adoptie van elk kind. Bij iedere geboorte/adoptie van een nieuwe inwoner wordt er door de dienst Burgerzaken een felicitatie en uitnodiging tot het afhalen van de premie verstuurd.
Artikel 2
De toelage wordt uitbetaald aan de moeder of vader die het hoofdverblijf heeft in de gemeente en als zodanig is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister. De toelage wordt uitgereikt onder de vorm van de “Pittemse kadobon”.
Artikel 3
De kadobon moet binnen de drie maanden na de geboortedatum van het kind worden opgehaald door de moeder of vader bij de dienst Burgerzaken, op vertoon van de identiteitskaart van één van beide ouders en een attest van de geboorte voor sociale wetgeving.
Artikel 4
Deze beslissing gaat in voor de kinderen geboren of geadopteerd vanaf 1 januari 2026.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en heft de gemeenteraadsbeslissing van de gemeentelijke geboortepremies van 29 juni 2015 integraal op.
Op 03/10/2028 heeft het college van burgemeester en schepenen een omgevingsvergunning toegekend aan Ter Koolken VZW, deel uitmakend van de naamloze vennootschap "Aldea Group", voor het bouwen van een woonzorgcentrum en assistentiewoningen, gelegen op een perceel gelegen Muizebeekstraat 3 en 5, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie C, perceelnummer 1446 A.
Deze vergunning houdt onder andere een wijziging van het tracé van de Muizebeekstraat in waarbij een deel van de gronden wordt afgestaan ter realisatie van een voetpad. Het komt de gemeenteraad toe om het wegentracé goed te keuren, wat is gebeurd op 02/08/2019.
De ontwerpakte wordt nu er goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waarna de nederleggingsakte wordt verleden.
Artikel 43 het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, en latere wijzigingen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het omgevingsdecreet, in bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt :
“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag. Als dat nodig is, roept de provinciegouverneur op verzoek van de deputatie respectievelijk de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar, de gemeenteraad samen. De gemeenteraad neemt een beslissing over de zaak van de wegen en deelt die beslissing mee binnen een termijn van zestig dagen vanaf de samenroeping door de provinciegouverneur.”
Het omgevingsbesluit, in bijzonder artikel 47 dat het volgende bepaalt :
“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”
De gewestelijke verordening voor voetgangersverkeer : het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het project bevindt zich in woongebied volgens het geldend gewestplan Roeselare-Tielt (goedgekeurd bij KB van 17/12/1979), wat voor dit project (bouwen woonzorgcentrum en assistentiewoningen) een daartoe geëigende zone is.
De Muizebeekstraat is eind de jaren '90 volledig heraangelegd, inclusief o.m. een 5 m brede rijweg, riolering, parkeerstroken en een volwaardig voetpad aan westzijde dat bijna overal voldoet aan de gewestelijke verordening ter zake: voetpaden kleiner dan 1,50 m mogen slechts aangelegd worden in straten met een rooilijnbreedte kleiner dan 1,50 m. Aan de overzijde van de straat is het voetpad op sommige plaatsen veel te smal (tot amper 0,66 m). Er is echter geen rooilijnplan opgemaakt voor deze straat.
Gezien het voetpad voor en na deze 2 te slopen woningen op een voldoende breedte is aangelegd, dient deze tussenliggende strook kosteloos overgedragen aan het gemeentebestuur en dient op de vrijkomende gronden een voetpad aangelegd met als materiaalgebruik grijze betonstraatstenen (22 x 22 x 8 cm).
Gezien het toekomstige openbaar karakter van de wegenis dienen deze onbebouwde gronden kosteloos afgestaan door de eigenaar aan het gemeentebestuur, dat op zijn beurt - na inlijving in het openbaar domein - zal instaan voor het verdere onderhoud.
De opgelegde voorwaarden in de omgevingsvergunning zijn intussen volledig uitgevoerd.
Onderhoud door de gemeente.
Goedkeuring te verlenen aan de akte van kosteloze grondafstand ter hoogte van het nieuwe woonzorgcentrum en assistentiewoningen gelegen Muizebeekstraat 3-5.
De bestaande heffing van een indirecte belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen vervalt op 31/12/2025.
Er dient bijgevolg een nieuwe belasting te worden opgemaakt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 om te blijven gelden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7373000.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Artikel 2
In onderhavig reglement dienen onderstaande begrippen als volgt begrepen te worden:
-gebouw: hetgeen gebouwd is, bouwwerk van tamelijke of aanzienlijke grootte en in het algemeen vervaardigd is van duurzaam materiaal, dienende tot woning, samenkomst of andere maatschappelijke verrichtingen, tot berging of als monument.
-nieuwbouw: het oprichten van een gebouw of constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet-duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan, ook al kan het ook uit elkaar genomen worden, verplaatst worden of is het volledig ondergronds. Dit behelst ook het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een vaste inrichting of constructie ontstaat, en het aanbrengen van verhardingen.
- substantiële verbouwing: het anders bouwen van een bestaand(e) gebouw, constructie of inrichting waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, die de bestemming van het gebouw, constructie of inrichting geheel of gedeeltelijk wijzigt en/of het aantal woongelegenheden wijzigt .
-parkeerplaats: een gesloten garage of carport, hetzij een standplaats in een gesloten ruimte of in open lucht, daartoe uitgerust en als dusdanig door het college van burgemeester en schepenen aanvaard.
-aangepaste parkeerplaats: een gesloten garage of carport, hetzij een standplaats in een gesloten ruimte of in open lucht, daartoe speciaal aangelegd en als dusdanig door het college van burgemeester en schepenen aanvaard, met een breedte van minimaal 3,5 meter en een lengte van minimaal 6 meter. De parkeerplaats bevindt zich het dichtst bij de toegankelijke voetgangersuitgang van de parkeerruimte of de toegankelijke inkom van het gebouw.
-bestemmingswijziging: het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie. Worden als hoofdfunctie beschouwd:
1° wonen
2° verblijfsrecreatie
3° dagrecreatie, met inbegrip van sport
4° land- en tuinbouw in de ruime zin
5° detailhandel
6° dancing, restaurant en café
7° kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen
8° industrie en ambacht
9° gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen
10° militaire functie
- woning : verblijfplaats voor een particulier gezin of een alleenstaande.
- studio : een woongelegenheid waar het woon- en slaapgedeelte één ruimte vormen en waar beide voornoemde gedeelten niet zijn gescheiden door een vaste wand in om het even welk materiaal.
- appartement : woongelegenheid in een meergezinswoning met één of meer afzonderlijke slaapkamers.
- logementhuis : gebouw waar iedere kamer of een gedeelte van het gebouw al dan niet mits betaling als logies ter beschikking wordt gesteld van personen die geen deel uitmaken van het gezin van de eigenaar of huurder van het gebouw, ongeacht de duur van het logies dat wordt verleend.
- zorgwoning: een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :
a) in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd,
b) de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid,
c) de ondergeschikte wooneenheid, daaronder niet begrepen de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimten, maakt ten hoogste één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning,
d) de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van :
1) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon 65 jaar of ouder is;
2) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon die hulpbehoevend is. Een hulpbehoevende persoon is een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgverzekeringstegemoetkoming, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden of een basisondersteuningsbudget als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of een persoon die een behoefte heeft aan ondersteuning om zich in zijn thuismilieu te kunnen handhaven. De kinderen ten laste van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen;
3) hetzij de zorgverlener indien de personen, vermeld in punt 1 of 2, gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid.
e) de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen
- serviceflats: dit zijn één of meer gebouwen, onder welke benaming ook, die een functioneel geheel vormen en die beheerd worden door een inrichtende macht, erkend door een bevoegde overheid, die personen van minstens 60 jaar oud tegen betaling individuele woningen aanbiedt, waarin ze zelfstandig kunnen leven, alsook diensten waarop ze zelf een beroep kunnen doen.
-Bouwen na afbraak van meer dan 50 % van de buitenmuren (met uitzondering van de gemene muren), wordt gelijkgesteld met een volledige nieuwbouw. Dit artikel geldt voor alle categorieën.
Artikel 3
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een indirecte gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van parkeerplaatsen:
1. bij het optrekken van een nieuw gebouw.
2. of bij de uitvoering van een substantiële verbouwing.
3. of bij de uitvoering van een werk, handeling en/of wijziging die een omgevingsvergunning vereist op het grondgebied van de gemeente Pittem, die niet onder art. 3.1 of 3.2 valt.
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door:
1° de houder van een omgevingsvergunning, aan wie, op basis van de door hem ingediende plannen, in deze vergunning minder parkeerplaatsen werden vergund dan voorgeschreven volgens het betrokken belastingreglement, behoudens wanneer deze ingevolge een wettelijk verbod geen keuze heeft om op het desbetreffende perceel parkeerplaatsen te voorzien.
2° de houder van een omgevingsvergunning, die één of meer in de omgevingsvergunning begrepen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd;
3° de titularis van een zakelijk recht inzake een parkeerplaats, die een bestemmingswijziging doorvoert aan een of meer parkeerplaatsen, dusdanig dat niet meer voldaan wordt aan de verleende omgevingsvergunning.
De eigenaar van het gebouw is solidair gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Bij overdracht van de eigendom waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, dient de oorspronkelijke houder van de omgevingsvergunning aan het onderhavig reglement te blijven voldoen tenzij er een nieuwe omgevingsvergunning wordt afgeleverd aan de nieuwe eigenaar.
Dezelfde aanvrager geniet van een vermindering van de belasting bij een nieuwe aanvraag op hetzelfde onroerend goed indien hij vroeger op basis van het reglement inzake de indirecte belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen reeds werd belast.
De parkeerplaatsen nodig om te voldoen aan onderhavig reglement mogen geen andere bestemming krijgen of voor iets anders gebruikt worden. Ze moeten onafscheidelijk van en binnen het vergunde project als parkeerplaats gebruikt blijven. Ze moeten blijven bestaan zolang de inrichting blijft bestaan waarvoor ze gelden. Indien een parkeerplaats wijzigt van bestemming of afgescheiden wordt van het vergunde project, dient een andere parkeerplaats voorzien te worden of dient de vervangende belasting betaald te worden overeenkomstig art. 8.
Artikel 5
§ 1 Een jaar :
- nadat het hoofdgebouw onder dak staat en winddicht is
- of nadat de ruwbouw van de substantiële verbouwing beëindigd werd
- of nadat het gebouw, eventueel gedeeltelijk, wordt bewoond of gebruikt
wordt een tegensprekelijke vaststelling gedaan en proces-verbaal opgemaakt betreffende het al dan niet gerealiseerd zijn van de in de omgevingsvergunning aan te leggen parkeerplaatsen.
Het is aan de vergunninghouder om de vergunningverlenende overheid hiervan op de hoogte te stellen. De vergunningverlenende overheid kan steeds ambtshalve optreden indien zij merkt dat de vergunninghouder deze datum niet heeft meegedeeld.
De vergunninghouder en/of eigenaar wordt minstens acht dagen vooraf per aangetekend schrijven uitgenodigd om bij de vaststelling aanwezig te zijn. De vergunninghouder en/of eigenaar of de gevolmachtigde zal toegang geven tot alle ruimten die betrekking hebben op het volledige bebouwde goed, ook als deze ruimten niet begrepen zijn in de omgevingsvergunning.
Wanneer deze toegang niet verleend wordt, zal geen enkele parkeerplaats aanvaard worden.
§ 3 Na de betekening van bovengenoemd proces-verbaal beschikt de vergunninghouder en/of eigenaar over een termijn van 2 jaren, waarbinnen hij kan aantonen dat hij over de nodige parkeerplaatsen beschikt zoals is aangegeven in de plannen van de omgevingsvergunning.
Indien na de genoemde periode van 2 jaar vanwege de vergunninghouder en/of eigenaar geen reactie wordt ontvangen, wordt het te betalen bedrag ingekohierd.
Indien de vergunninghouder en/of eigenaar kan aantonen dat, tijdens die periode van 2 jaar, hij zich heeft geschikt naar de voorwaarden inzake aan te leggen parkeerplaatsen, opgelegd in de afgeleverde omgevingsvergunning, wordt, op zijn verzoek, een nieuwe tegensprekelijke vaststelling gedaan, onder de voorwaarden zoals hoger vermeld.
Er wordt een nieuw proces-verbaal opgemaakt dat als basis zal dienen voor het eventueel in te kohieren bedrag voor de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Het bedrag dat dient te worden ingekohierd wordt berekend aan de voorwaarden voorzien in het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen op het ogenblik van de afgifte van de omgevingsvergunning.
Artikel 6
Onder parkeerplaats wordt verstaan :
- hetzij een gesloten garage of carport
- hetzij een standplaats in een gesloten ruimte
- hetzij een standplaats in open lucht
daartoe speciaal aangelegd en uitgerust en als dusdanig door het College van Burgemeester en Schepenen aanvaard. Om aanvaard te worden dient een parkeerplaats bruikbaar en ten allen tijde rechtstreeks bereikbaar te zijn. Parkeerplaatsen die achter elkaar voorzien zijn, met maar één in- en uitrit, kunnen niet aanvaard worden, uitgezonderd bij gebouwen die niet voor meergezinswoning in aanmerking komen.
De toegang naar de parkeerplaats dient minimum 2,25 m breed te zijn.
Een garage moet tenminste 2,75 m breed en 5 m lang zijn (binnenmaat).
Een standplaats bestaat uit een rechthoekig vlak van tenminste 2,25 m breedte en 4,5 m lengte. Zij moet rechtstreeks toegankelijk zijn. Er dient een vrije ruimte achter de standplaats te zijn van :
- minimum 6,50 m als de standplaats een hoek van 90° vormt met de toegangsweg
- 5 m breedte als de standplaats een hoek van 60° vormt met de toegangsweg
- 4 m breedte als de standplaats een hoek van 45° vormt met de toegangsweg.
- 3,50 m breedte als de standplaats een hoek van 30° vormt met de toegangsweg
Een aangepaste parkeerplaats voldoet aan de volgende normen :
1° ze bevindt zich zo dicht mogelijk bij de toegankelijke ingang van de constructie of bij de voetgangersuitgang van de parkeervoorziening;
2° bij dwars parkeren bedraagt de breedte van de aangepaste parkeerplaats minstens 350 cm ( 2 meter parkeerzone en 1,5 m uitstapruimte), bij langs parkeren bedraagt de lengte van de aangepaste parkeerplaats minstens 600 cm en bij schuin parkeren wordt binnen de aangepaste parkeerplaats een rechthoek van minstens 350 cm op minstens 600 cm gegarandeerd;
3° het oppervlak van de aangepaste parkeerplaats helt niet meer dan twee procent.
Om als voorbehouden parkeerplaats in aanmerking te komen, moet een parkeerplaats aan de bepalingen van de derde alinea voldoen en voorbehouden worden conform de wegcode (KB 1.12.1975) en aangeduid worden volgens de bepalingen van het KB van 1.12.1975 en het MB van 1.10.1976.
Tevens moet in het kader van de toegankelijkheid de aangepaste parkeerplaats op een effen ondergrond aangelegd worden, evenals het pad naar de ingang van het gebouw.
2. De parkeerplaatsen moeten worden aangelegd, hetzij op het bouwperceel zelf waarop het hoofdgebouw, inrichting of constructie zal komen, hetzij op een perceel, gelegen binnen een straal van 200 m te rekenen vanaf de uiterste grenzen van dit bouwperceel. Bij projecten met appartementsbouw en studio's dient dit op het bouwperceel zelf voorzien.
3. Onder aanleggen van een parkeerplaats wordt verstaan :
a) het bouwen van een nieuwe gesloten garage of carport of het aanleggen van een standplaats.
b) het in eigendom bezitten of verwerven of huren van een bestaande parkeerplaats (mits het voorleggen van een geregistreerde huurovereenkomst), zoals bedoeld in artikel 4. Een dergelijke parkeerplaats mag nochtans niet reeds in aanmerking zijn genomen voor het bekomen van een andere omgevingsvergunning.
Met bezitten wordt bedoeld : volle eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder zijn van één of meer bestaande parkeerplaatsen op de datum van bouwaanvraag.
Met verwerven wordt bedoeld : volle eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder worden van één of meer bestaande parkeerplaatsen tussen de datum van de bouwaanvraag en de datum waarop de belasting verschuldigd is, zoals bedoeld in artikel 5.
4. Wanneer overeenkomstig de bepalingen van de gewestelijke omgevingsverordening inzake toegankelijkheid, een constructie beschikt over één tot en met honderd eigen parkeerplaatsen, moet minstens zes procent van het totale aantal parkeerplaatsen, en minstens één parkeerplaats, een aangepaste parkeerplaats zijn. Vanaf vijf tot en met honderd eigen parkeerplaatsen, moeten de aangepaste parkeerplaatsen ook voorbehouden parkeerplaatsen zijn.
Als een constructie beschikt over meer dan honderd eigen parkeerplaatsen, moet bovendien per extra schijf van vijftig parkeerplaatsen, telkens één parkeerplaats een aangepaste en voorbehouden parkeerplaats zijn.
Artikel 7
Het aantal door de houder van de omgevingsvergunning aan te leggen parkeerplaatsen wordt als volgt bepaald :
A. WOONGEBOUWEN
Nieuwbouw
- Voor een woning of studio: één parkeerplaats per woning of studio.
- Voor een appartement: anderhalve parkeerplaats per appartement.
- Voor zorgwoningen: één parkeerplaats voor hoofdwooneenheid en ondergeschikte wooneenheid samen.
- Voor complexen van sociale woningen, gebouwd door sociale huisvestingsmaatschappijen: één parkeerplaats per woning.
- voor serviceflats erkend door de Vlaamse Gemeenschap of een andere bevoegde overheid, volstaat het dat 60% van het aantal parkeerplaatsen effectief wordt aangelegd.
Substantiële verbouwing
Indien door een substantiële verbouwing bijkomende woongelegenheden ontstaan of de bestemming wijzigt, dan gelden voor deze dezelfde regels als voor nieuwbouw.
Wat Privaat-Publieke-Samenwerkingsconstructies betreft, dient elke partner voor zijn eigen aandeel te voorzien in eigen parkeerplaatsen.
B. HANDELSGEBOUWEN EN COMMERCIËLE RECREATIERUIMTES, DANCINGS, CAFES, RESTAURANTS
Het betreft de winkels en warenhuizen, voor groot- en kleinhandel, alsook de restaurants en cafés en elke kleinschalige ontspanningsruimte, uitgebaat met overwegend commerciële doeleinden.
Nieuwbouw
Eén parkeerplaats per schijf van 75 m² die toegankelijk is voor het publiek.
Eén bijkomende parkeerplaats per schijf van 100 m² overige ruimte die niet toegankelijk is voor het publiek.
Substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per bijkomend deel van een schijf van 75 m² die toegankelijk is voor het publiek.
Eén bijkomende parkeerplaats per bijkomend deel van een schijf van 100 m² overige ruimte die niet toegankelijk is voor het publiek.
De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag gemeten, met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de trappen en/of liften en met die van de garages.
In afwijking van de hierboven vermelde berekeningen voor alle verschillende aarden van bouwwerken of verbouwingen ervan, is er voor wat betreft de berekening van de eerste schijf slechts één parkeerplaats vereist van zodra deze eerste schijf ten volle bereikt is.
C. INDUSTRIËLE EN AMBACHTELIJKE GEBOUWEN, STELPLAATSEN VOOR AUTOBUSSEN EN TAXI'S.
Nieuwbouw
Eén parkeerplaats per schijf van 100 m² bedrijfsoppervlakte of per schijf van 5 tewerkgestelde personen, met een minimum van 5 parkeerplaatsen.
Substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats meer per gedeelte van een schijf van 100 m² bijkomende bedrijfsoppervlakte of per schijf van 5 tewerkgestelde personen.
Onder bedrijfsoppervlakte wordt verstaan: de som van de grondoppervlakte, ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in open lucht, en de vloeroppervlakte, gebruikt voor bedrijfsdoeleinden, in gesloten gebouwen. Deze laatste vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de trappen en/of liften.
Bergplaatsen en opslagplaatsen maken deel uit van de bedrijfsoppervlakte: de parkeerplaatsen, voorzien om te voldoen aan onderhavige verordening, niet.
D. KANTOORGEBOUWEN, GEBOUWEN VOOR DIENSTVERLENING EN RUIMTES VOOR DE UITOEFENING VAN VRIJE BEROEPEN
Nieuwbouw
Eén parkeerplaats per schijf van 75 m² die toegankelijk is voor het publiek.
Eén bijkomende parkeerplaats per schijf van 100 m² overige ruimte die niet toegankelijk is voor het publiek.
Substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per bijkomend deel van een schijf van 50 m² kantoorruimte.
Eén bijkomende parkeerplaats per bijkomend deel van een schijf van 100 m² overige ruimte dienstig voor de beroepsactiviteit.
De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag gemeten, met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de trappen en/of liften en met die van de garages.
In afwijking van de hierboven vermelde berekeningen voor alle verschillende aarden van bouwwerken of verbouwingen ervan, is er voor wat betreft de berekening van de eerste schijf slechts één parkeerplaats vereist van zodra deze eerste schijf ten volle bereikt is.
E. GARAGES
Nieuwbouw
Eén parkeerplaats per schijf van 50 m² vloeroppervlakte.
Eén bijkomende parkeerplaats per bijkomend gedeelte van 50 m² vloeroppervlakte.
Substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per schijf van 50 m² of bijkomend gedeelte van 50 m² vloeroppervlakte.
De vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag, met inbegrip der buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de gangen, trappen en/of liften.
F. HOTELS
Zowel voor nieuwbouw als voor substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per begonnen schijf van drie kamers en één parkeerplaats per bijkomend deel van een begonnen schijf van drie kamers.
G. LOGEMENTHUIZEN
Permanente bewoning of studentenkamers
Zowel voor nieuwbouw als voor substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per begonnen schijf van drie kamers en één parkeerplaats per bijkomend deel van een begonnen schijf van vier kamers.
H. ZIEKENHUIZEN, KLINIEKEN, VERZORGINGS- EN BEJAARDENTEHUIZEN
Zowel voor nieuwbouw als voor substantiële verbouwing
Eén parkeerplaats per begonnen schijf van vier bedden en één parkeerplaats per bijkomend deel van een begonnen schijf van vier bedden.
I. ONDERWIJSINRICHTINGEN
Nieuwbouw
Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend door het aantal leslokalen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,5.
Substantiële verbouwing
Dezelfde normen als voor nieuwbouw gelden voor de bijkomende lokalen. Onder leslokaal wordt verstaan : een lokaal waarin onderricht wordt gegeven.
Eventuele parkeerplaatsen ingeplant op speelplaatsen van een school worden slechts aanvaard onder volgende beperkende voorwaarden:
- de voorziene plaats dient rechtstreeks aan de openbare weg te palen;
- de plaats dient volledig en bestendig afgesloten te worden van de speelplaats;
- de plaats mag enkel en alleen bereikbaar zijn langs de openbare weg;
In afwijking van de hierboven vermelde berekeningen voor alle verschillende aarden van bouwwerken of verbouwingen ervan, is er steeds slechts één parkeerplaats vereist van zodra deze eerste schijf ten volle bereikt is.
J. KINDEROPVANG
Zowel voor nieuwbouw als substantiële verbouwing of functiewijziging:
Onderstaande instellingen worden beschouwd in de zin van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven, IBO’s, en diensten voor opvanggezinnen van 23 februari 2001 en worden belast aan volgend tarief:
Kinderdagverblijven : één parkeerplaats per volkomen schijf van 5 kinderen voorzien in de afgeleverde erkenning.
Diensten voor buitenschoolse opvang: één parkeerplaats per volkomen schijf van 10 kinderen voorzien in de afgeleverde erkenning.
Artikel 8
De gemeenteraad kan bij afzonderlijke beslissing de straten aanduiden waarin geen in- en uitgangen van parkeerplaatsen mogen worden aangebracht omwille van de verkeersveiligheid, verkeersorganisatie of enig andere reden van algemeen belang ook.
Artikel 9
De belasting bedraagt € 10.000,00 per ontbrekende parkeerplaats. De belasting bedraagt evenwel € 5.000,00 per ontbrekende parkeerplaats voor eengezinswoningen met een gevelbreedte kleiner dan of gelijk aan 7 meter.
Artikel 10
Aanvragen tot het oprichten van nieuwe appartementen en/of studio’s, moeten omwille van mobiliteitsaspecten de ontbrekende parkeerplaatsen effectief op eigen terrein voorzien. Indien te weinig parkeerplaatsen voorzien worden, wordt het project geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.
Voor andere projecten dient dit voorzien op eigen terrein op maximum 200 m van de bouwplaats.
Artikel 11
Indien als gevolg van omgevingsingrepen aangelegde parkeerplaatsen op openbaar domein verdwijnen, dienen deze door de aanvrager, behalve als deze een overheid is, gecompenseerd worden overeenkomstig de bepalingen van onderhavig reglement.
Artikel 12
De gemeenteraad kan uitzonderlijk een belastingvrijstelling verlenen voor de noodzakelijke verbouwingswerken die dienen te gebeuren aan een woning omwille van een betere en aangepaste huisvesting voor inwonende familieleden met een invaliditeitspercentage groter dan 66%.
De gemeenteraad kan uitzonderlijk omwille van verkeerstechnische of esthetische redenen beslissen dat geen belasting verschuldigd is. Dit geldt evenwel enkel voor woningen zoals omschreven in art. 2. De aanvrager dient dit aan de hand van een gemotiveerd schrijven gericht aan de gemeenteraad aan te tonen.
De gemeenteraad kan bij afzonderlijke beslissing de panden aanduiden die vermeld worden op de inventaris Bouwkundig Erfgoed waarvoor bij behoud van het pand een - al of niet gedeeltelijke - belastingvrijstelling geldt voor de aanleg van parkeerplaatsen.
Artikel 13
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 14
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Wanneer de belastingschuldige de belasting niet betaald heeft binnen de twee maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, dan kan de ontvanger bij de kredietinstellingen de gedeponeerde publieke fondsen of gelden opvorderen of de kredietinstellingen verzoeken het bedrag van de gestelde bankwaarborg te storten in de gemeentekas.
De waarborg wordt vrijgemaakt op verzoek van de belastingschuldige en voor zover hij de gemeentebelasting, eventueel verhoogd met nalatigheidsinteresten en vervolgingskosten, betaald heeft.
Artikel 15
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 16
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het huidige reglement vervalt op 31/12/2025 en dient dus hernieuwd te worden vanaf 01/01/2026.
De tarieven werden aangepast waar nodig.
Artikel 1. Definities
§1. Er wordt een retributie gevestigd op de meldingen en aanvragen bedoeld in het Decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning.
§2. Er wordt een retributie gevestigd op aanvragen tot inlichtingen die enig opzoekingswerk vereisen zoals opgesomd onder artikel 3.
Artikel 2. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inlichtingen, de vergunning of de melding en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Artikel 3. Retributie voor inlichtingen met enig opzoekingswerk
§1. Er wordt een retributie gevestigd op de aanvragen van volgende inlichtingen die enig opzoekingswerk vereisen:
| alle vereiste vastgoedinformatie en/of milieu-informatie betreffende één volledig dossier |
60 euro |
| uittreksel uit het plannenregister of het vergunningenregister betreffende één volledig dossier |
30 euro |
| informatie voor het opstellen van een milieueffecten- of veiligheidsrapport |
100 euro |
| informatie voor het opstellen van een milieustudie |
150 euro |
§2. In uitvoering van bovenstaande wordt onder één volledig dossier verstaan: alle noodzakelijke informatie betreffende één perceel of verschillende percelen, op voorwaarde dat deze aan elkaar grenzen zonder onderbreking en dat deze in handen zijn van dezelfde eigenaar(s).
Artikel 4. Retributie voor meldingen en aanvragen bedoeld in het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Artikel 4.1 Retributie per dossiertype
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de retributies die worden gevestigd op de meldingen en aanvragen bedoeld in:
- Het Decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning
- De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening
- Het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
|
|
Gemeente is vergunningverlenende overheid |
Vlaanderen of Provincie is vergunning-verlenende overheid |
| Melding van - Stedenbouwkundige handelingen - Ingedeelde inrichting of activiteit - Gemengd project |
Geen retributie
|
|
| Aanvraag vergunning via de eenvoudige procedure voor: - Stedenbouwkundige handelingen - Ingedeelde inrichting of activiteit (o.a. beperkte verandering of tijdelijke activiteit) - Gemengd project Bijkomend vast recht per bijkomende woongelegenheid opgenomen in dezelfde aanvraag |
30 euro 30 euro
30 euro + 30 euro
|
|
| Aanvraag vergunning via de gewone procedure voor: - Stedenbouwkundige handelingen - Ingedeelde inrichting of activiteit - Gemengd project Bijkomend vast recht per bijkomende woongelegenheid opgenomen in dezelfde aanvraag |
60 euro 250 euro 250 euro +30 euro |
30 euro 400 euro 400 euro +30 euro
|
| Aanvraag tot het verkavelen van gronden Bijkomend vast recht per lot opgenomen in dezelfde aanvraag |
100 euro + 10 euro/lot
|
30 euro |
| Aanvraag tot het bijstellen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden Bijkomend vast recht per lot opgenomen in dezelfde aanvraag |
60 euro + 10 euro/lot
|
30 euro |
| Aanvraag tot omzetting milieuvergunning naar permanente omgevingsvergunning |
30 euro
|
|
| Omzetting van omgevingsvergunning na klasseverhoging door wijziging van de indelingslijst |
30 euro
|
|
| Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit |
30 euro
|
|
| Aanvraag van een stedenbouwkundig attest |
30 euro
|
|
| Aanvraag van een planologisch attest |
250 euro
|
|
| Aanvraag voor het organiseren van een projectvergadering |
100 euro
|
|
Art. 4.2 Bijkomende retributie per procedurestap
Indien onderstaande opdrachten moeten worden uitgevoerd binnen een bepaalde procedure, worden de bedragen die vermeld zijn onder art. 4.1 verhoogd per bijkomende procedurestap:
| digitaliseren van analoog ingediende dossiers |
100 euro |
| administratieve lus of hernemen van een procedurestap naar aanleiding van adviezen of opmerkingen geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek of naar aanleiding van een fout of wijziging in hoofde van de aanvrager |
30 euro |
| organiseren van een informatievergadering in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag |
100 euro |
| publicatiekosten in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag |
integrale kost |
Artikel 5. Vrijstellingen
Er is vrijstelling van retributie voor:
- Aanvragen en meldingen in opdracht van het eigen gemeentebestuur, OCMW, nutsmaatschappijen en intercommunales
- Aanvragen en meldingen die onvolledig zijn verklaard.
- Dossiers die niet op vraag van de vergunninghouder werden opgestart.
- Dossiers waarin de gemeente niet tijdig een beslissing heeft genomen.
- Procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus naar aanleiding van een fout door de gemeente.
Artikel 6. Betalingsmodaliteiten
Het bedrag moet uiterlijk 1 maand na verzending van het betalingsverzoek worden betaald.
Artikel 7. Bezwaar
§1. De retributieplichtige kan tegen de retributie een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Als de retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
§2. De indiening moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de factuur.
§3. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van 01/01/2026.
Artikel 9. Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis overgebracht overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het vorige reglement inzake heffen van een belasting op de opvang van verloren, loslopende en verwaarloosde dieren, vervalt per 31 december 2025 en dient hernomen te worden.
Het is noodzakelijk een regeling te treffen in verband met de opvang van verloren, loslopende of verwaarloosde dieren, dit met het oog op het dierenwelzijn, de bescherming van de inwoners en de verkeersveiligheid.
Het opsporen van de identiteit van de eigenaars of houders van deze dieren, alsook het vangen, transporteren, opsluiten, voeden en verzorgen van deze dieren vergt een supplementaire inspanning van de gemeentediensten.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7339999.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, een belasting geheven op het opsporen van de identiteit van de eigenaars of houders van verloren, loslopende of verwaarloosde dieren en op het vangen, transporteren, opsluiten, voeden en verzorgen van deze dieren.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de loslopende of verwaarloosde dieren.
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op € 50,00, vermeerderd met € 25,00 per ingezette persoon en per beginnen uur voor de opsporing- en interventiewerkzaamheden die de duur van één uur overschrijden.
Deze som wordt verhoogd met € 12,50 per kalenderdag dat het dier diende opgevangen te worden in de gemeentelijke opvangplaats en met € 75,00 indien het dier werd overgebracht naar een dierenasiel.
Artikel 4
De belasting wordt contant ingevorderd door de financieel directeur tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Bij gebrek aan betaling van de factuur binnen de 30 dagen na de factuurdatum wordt de belasting ingevorderd bij middel van een kohier overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 mei 2008.
Artikel 5
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, hetzij per post bij het college van burgemeester en schepenen, hetzij per e-mail via technischedienst@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
Artikel 6
Onderhavig reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Gelet op het feit dat de gemeente en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Gelet op het feit dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
Gelet op het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Gelet op het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;
Het decreet lokaal bestuur.
De ontvangst voor de inname openbaar domein voor werken aan nutsvoorzieningen voor elektriciteit is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0640-00/7005700.
De ontvangst voor de inname openbaar domein voor werken aan nutsvoorzieningen voor gas is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0650-00/7005701.
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De gemeenteraad van Pittem heeft op 4 november 2019 het gemeentelijk belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein (2019-2025) goedgekeurd. Om de continuïteit en gelijke behandeling te verzekeren wordt onderstaand belastingreglement ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Een burger of een aannemer die werken heeft gepland waarbij het noodzakelijk is om tijdelijk het openbaar domein in te nemen, zoals bij een verhuis, bouwwerken , parkeren van een werfvoertuig, stockage van materialen, plaatsen van een stelling, sleufwerken, wegenwerken, en andere werkzaamheden of activiteiten die verkeersbelemmeringen veroorzaken, heeft een vergunning nodig. Zonder voorafgaande machtiging van de bevoegde gemeentelijke overheid is het verboden om delen van het openbaar domein voor privaat gebruik in te nemen.
Een inname van het openbaar domein vraagt bijkomende inspanningen van het gemeentebestuur om het openbaar verkeer niet te sterk te belemmeren. Met het oog op het verzekeren van de veiligheid, de vrije doorgang op het openbaar domein en een tijdige communicatie met alle belanghebbenden is het aangewezen de inname van het openbaar domein te reglementen en eveneens voor de inname een belasting te vorderen.
Het privatief gebruiken van het openbaar domein veroorzaakt vaak ook de nodige hinder en vraagt een nauwgezette opvolging vanuit de gemeente. Het volledig afsluiten van de rijbaan heeft grote gevolgen voor weggebruikers en omwonenden en vraagt vanuit de gemeente extra coördinatie op vlak van communicatie, inplannen van omleidingen, advies politie,… Dit rechtvaardigt een substantiële verhoging van de bestaande tarieven.
De exacte financiële gevolgen zijn afhankelijke van het aantal aanvragen voor innames openbaar domein en de duurtijd er van.
Gedurende de laatste 5 volledige boekjaren bedroegen de inkomsten hiervan gemiddeld 17.148,10 euro per boekjaar.
Er zijn hierbij echter wel enorme fluctuaties te zien per boekjaar ten gevolge van externe factoren zoals daar zijn bouwindexen, corona, controles in-the-field, renovatiesubsidies,…
De tarieven voor innames openbaar domein worden met dit reglement verhoogd. De te verwachten jaarlijkse opbrengst zal hierdoor meer kostendekkend zijn voor de dossierbehandeling door de gemeente (kostprijs software, communicatie, nazicht, herstellingswerken en andere administratieve kosten)
Artikel 1: Termijn
Voor een periode vanaf 1 januari 2026 en eindigend 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, een belasting geheven op het gebruik van het openbaar domein van de gemeente Pittem zoals bij een verhuis, bouwwerken, parkeren van een werfvoertuig, stockage van materialen, plaatsen van een stelling, sleufwerken, wegenwerken, en andere werkzaamheden of activiteiten die verkeersbelemmeringen veroorzaken.
Artikel 2: Vergunning
Elke burger of aannemer die inname van het openbaar domein wenst te doen - volgens de in artikel 1 niet-limitatieve opgesomde voorwerpen - moeten hiervoor voorafgaandelijk over de bij reglement voorgeschreven vergunning te beschikken. De vergunning wordt afgeleverd door de bevoegde schepen (wegen).
Artikel 3: Aanvraag
§1 Elke tijdelijke ingebruikname van het openbaar domein voor private doeleinden dient uiterlijk 5 werkdagen vóór de start van de inname van openbaar domein aangevraagd te worden. Indien de aanvraag minder dan 5 werkdagen op voorhand aangevraagd wordt zal een extra belasting geheven worden van € 50.
§2 De aanvragen gebeuren via een online platform op de gemeentelijke website www.pittem.be
§3 Elke wijziging die naderhand aan deze bezetting wordt aangebracht, moet binnen de 24 uren aan het gemeentebestuur worden meegedeeld, eveneens via de website www.pittem.be
Artikel 4: Voorwerp van de belasting en de schuldenaar
§1 De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon, rechtspersoon of de feitelijke vereniging die over een door het gemeentebestuur uitgereikte vergunning beschikt en die voor private doeleinden gebruik maakt van de openbare weg of het openbaar domein of die zonder voorafgaande vergunning de openbare weg of het openbaar domein gebruikt. De ingebruiknemer, de uitbater en de eigenaar zijn solidair verantwoordelijk.
§2 Voor het berekenen van de belasting wordt elke begonnen m2 voor een volle m2 aangerekend.
§3 De belasting wordt bepaald op basis van de door de aanvrager geleverde gegevens (ligging, lengte, breedte,…). De controle wordt steekproefsgewijs gedaan door de afgevaardigden van het gemeentebestuur.
Artikel 5: Bedrag
§1 De belasting op het privaat gebruik van de openbare weg of het openbaar domein wordt vastgesteld op:
§2 De belasting op het privaat gebruik van de openbare weg of het openbaar domein waarbij de volledige rijweg dient afgesloten te worden wordt vastgesteld op: € 50 per af te sluiten rijweg per kalenderdag
§3 Indien de bezetting van het openbaar domein minder dan 3 dagen bedraagt is er geen belasting (volgens artikel 5 §1) verschuldigd maar dient toch een vergunning aangevraagd te worden.
§4 Wanneer de bezetting van het openbaar domein vroeger beëindigt, dan de einddatum op de vergunning, dan kan er geen terugvordering zijn van de belasting voor de kalenderdagen waarop het openbaar domein niet wordt bezet.
§5 Verlengingen van de bezetting worden bij de oorspronkelijke duur geteld.
Artikel 6: Vrijstellingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor:
Artikel 7: Betaling
De vergunning wordt pas afgeleverd na elektronische betaling via het online platform.
Artikel 8: Gebruik zonder vergunning
Wanneer een afgevaardigde van het gemeentebestuur vaststelt dat men over geen vergunning beschikt of dat de voorwaarden van de vergunning niet worden nageleefd of dat de toegestane termijn voor het bezetten van het openbaar domein is overschreden zonder dat de aanvraag tot verlenging werd ontvangen, wordt zonder verwittiging een belasting van € 50 extra aangeslagen bovenop de belasting voor de dagen waarbij men niet over een vergunning beschikte.
Artikel 9: Signalisatieborden
De gemeente Pittem stelt geen signalisatieborden ter beschikking met uitzondering voor parkeerverbod. Parkeerverbodsborden worden enkel uitgeleend aan particulieren die over een signalisatievergunning beschikken. De parkeerverbodsborden worden door de aanvrager zelf opgehaald, geplaatst en teruggebracht naar de technische loods, Fonteinestraat 22, 8740 Pittem.
Bij het niet terugbrengen van de parkeerverbodsborden worden de borden tegen kostprijs aangerekend aan de aanvrager van de vergunning
Artikel 10: Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de 3de werkdag volgend op de verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar niet heeft goedgekeurd.
Artikel 11: Schade aan openbaar domein
§1 Aansprakelijkheid en raming van schade. Indien tijdens of na de inname van het openbaar domein schade wordt vastgesteld aan het openbaar domein, wordt een raming van de herstellingskosten opgemaakt door de bevoegde gemeentelijke dienst. Deze raming wordt binnen een termijn van 30 werkdagen na vaststelling van de schade schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager van de inname.
§2 Betwisting van de schade. De aanvrager heeft het recht om de vastgestelde schade te betwisten. Deze betwisting dient schriftelijk en gemotiveerd te gebeuren binnen een termijn van 10 werkdagen na ontvangst van de schadevaststelling. De betwisting dient gestaafd te worden met actuele en duidelijke foto’s van vóór de aanvang van de inname.
§3 Beoordeling van de betwisting. Binnen een termijn van 15 werkdagen na ontvangst van de betwisting, wordt deze beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen, dat beslist of de betwisting gegrond of ongegrond is. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager.
§4 Herstelling van de schade. Indien geen geldige betwisting wordt ingediend binnen de gestelde termijn, of indien de betwisting ongegrond wordt verklaard, worden de herstellingswerken uitgevoerd door de technische dienst van de gemeente Pittem. De kosten van deze herstelling worden integraal doorgerekend aan de aanvrager.
§5 Verhaal van kosten. De gemeente behoudt zich het recht voor om de kosten voor het herstel van schade aan het openbaar domein te verhalen op de aanvrager.. Deze herstellingskosten worden onafhankelijk van een eventueel gestorte waarborg afzonderlijk gevorderd.
Artikel 12:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
Het uitgangspunt van dit nieuwe erkenningsreglement voor verenigingen is om voor alle verenigingen (cultuur, jeugd, sport en milieu) een vereenvoudigde en gemeenschappelijke aanpak te creëren, waardoor het aanvraagproces transparanter en efficiënter wordt.
Decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan het nieuwe erkenningsreglement voor verenigingen als volgt:
Artikel 1: Doel
Met dit reglement erkent gemeente Pittem de belangrijke rol van verenigingen in het verbinden en versterken van de lokale gemeenschap. Dit erkenningsreglement biedt een kader om verenigingen te ondersteunen en hun werking te versterken.
Artikel 2: Doelgroep
Het reglement geldt voor verenigingen die actief zijn in Pittem en bijdragen aan ontmoeting, verbinding, maatschappelijke betrokkenheid en/of educatie.
Artikel 3: Algemene voorwaarden
3.1. Bestuurlijke vorm
3.2. Werking en activiteiten
3.3. Verzekeringen
Artikel 4: Aanvraagprocedure
Artikel 5: Duur van de erkenning
Artikel 6: Reeds erkende verenigingen
Verenigingen die in het verleden reeds door de gemeente Pittem werden erkend en op 1 januari 2026 nog steeds voldoen aan bovenstaande voorwaarden behouden hun eerdere erkenning. Deze verenigingen hoeven geen nieuwe aanvraag tot erkenning in te dienen.
Artikel 7: Privacy (GDPR)
Voor het behandelen van de erkenningsaanvraag moet de bevoegde dienst over bepaalde persoonsgegevens beschikken. De aanvrager moet een lijst toevoegen van de (bestuurs)leden met daarin naam en adres zodat de dienst kan controleren of de vereniging voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Deze persoonsgegevens zullen niet gebruikt worden voor andere doeleinden of gedeeld worden met derden. De persoonsgegevens worden bewaard in het erkenningsdossier conform de bewaartermijnen opgelegd door het rijksarchief.
Voor meer info over verwerken van persoonsgegevens verwijzen we naar onze privacyverklaring op onze website.
Artikel 8: Voordelen van de erkenning
Een erkenning als Pittemse vereniging impliceert volgende voordelen:
Artikel 9:
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement en wordt ertoe gemachtigd in alle onvoorziene gevallen de nodige beslissingen te nemen.
Artikel 10:
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft volgende volgende gemeenteraadsbeslissingen op:
- gemeenteraadsbesluit van 22 december 2008 - erkenningsbesluit gemeentelijke sportclubs
De gemeente Pittem vernieuwt het subsidiereglement voor erkende verenigingen (cultuur, jeugd, sport en milieu) om hun inzet voor verbinding, ontmoeting en maatschappelijke betrokkenheid te versterken. Het nieuwe reglement biedt een uniforme en vereenvoudigde structuur voor alle verenigingen en maakt het aanvragen van subsidies en het opvolgen ervan transparanter en efficiënter.
De toelages worden toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijke meerjarenplan.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan het nieuwe subsidiereglement voor verenigingen als volgt:
Artikel 1: Algemene bepalingen
Om een levendig en sociaal weefsel te versterken, ondersteunt de gemeente erkende verenigingen met een basis- en engagementstoelage. Op die manier waarderen we hun inzet voor verbondenheid, ontmoeting en betrokkenheid in onze gemeente.
Dit subsidiereglement heeft als doel de administratieve last voor verenigingen en de gemeentelijke diensten zoveel mogelijk te beperken. Door een overkoepelend en vereenvoudigd reglement kunnen verenigingen hun subsidieaanvragen op een efficiënte manier indienen.
De gemeente bouwt een constructieve samenwerking op met de verenigingen en streeft naar een evenwicht tussen vertrouwen en verantwoording. Ze neemt daarbij een coachende rol op om verenigingen actief te ondersteunen in hun werking en hen te betrekken bij waarden en prioriteiten die de gemeente belangrijk vindt. Het reglement zorgt voor een transparante en eenduidige berekening van de subsidies. Alle verenigingen krijgen de mogelijkheid om bovenop de basistoelage een engagementstoelage aan te vragen.
Artikel 2: Toelage en berekening
2.1 Voorwaarde
De erkende vereniging telt minstens 10 Pittemse leden of minstens 1/3 van de leden woont in Pittem.
2.2 Toekenning van de basistoelage
Met ingang vanaf 1 januari 2026 wordt een gemeentelijke basistoelage toegekend aan erkende verenigingen in Pittem. Onder een erkende vereniging wordt verstaan een vereniging die door de gemeente Pittem erkend is volgens de voorwaarden van het gemeentelijke erkenningsreglement voor verenigingen.
2.3 Berekening van de basistoelage
Het college van burgemeester en schepenen legt, op advies van de administratie, het referentiebedrag vast. Dit referentiebedrag wordt in de volgende jaren meegenomen als basis voor de berekeningen.
2.4 Basis- en engagementstoelage
Naast de basistoelage (70% van het referentiebedrag) kunnen verenigingen een engagementstoelage ontvangen van telkens 10%, tot een maximum van 40%. Verenigingen kunnen op basis van vastgelegde criteria en acties engagementen aangaan, die na advies van de adviesraden door het college van burgemeester en schepenen worden vastgelegd. Deze engagementen sluiten aan bij de waarden en prioriteiten die de gemeente belangrijk vindt. De lijst van de criteria en acties wordt tweejaarlijks geëvalueerd waar nodig of wenselijk bijgestuurd. Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing, met advies van de adviesraden en onderbouwd door de administratie.
Artikel 3: Aanvraagprocedure
Artikel 4: Vertrouwensrelatie en opvolging
Artikel 5: Overgangsbepaling (september-december 2025)
Voor jeugd- en sportverenigingen geldt een overgangsregeling van 1 september 2025 tot en met 31 december 2025. Engagementen en acties die in deze periode worden uitgevoerd, vallen onder de bepalingen van het nieuwe subsidiereglement.
Artikel 6: Opheffing van vorige reglementen
Met de inwerkingtreding van dit subsidiereglement worden volgende besluiten opgeheven:
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Eind 2017 werd DVV Midwest opgericht. In 2021 werd de werking van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) RADAR hierin geïntegreerd. De IOED ondersteunt de deelnemende gemeenten bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun beleid rond archeologisch, bouwkundig en landschappelijk erfgoed.
Bij de administratieve voorbereiding van de nieuwe beleidsperiode heeft DVV Midwest in het voorjaar 2025 aan de vijftien Midwest-gemeenten gevraagd of zij wensten deel te nemen aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband voor de IOED voor de periode 2027-2032.
De volgende gemeenten hebben zich akkoord verklaard om deel te nemen aan dit samenwerkingsverband: Hooglede, Ingelmunster, Lichtervelde, Moorslede, Pittem, Roeselare, Staden, Tielt en Wingene. De werking zal verdergaan onder de naam IOED Midwest.
Bij een wijziging van de samenstelling van een erkende IOED (als een gemeente uitstapt en/of toetreedt) en bij een administratieve wijziging (als de naam van de IOED verandert) dient een aanvraag tot aanpassing van de erkenning bij het agentschap Onroerend Erfgoed ingediend te worden.
De erkenning als IOED is noodzakelijk om via een samenwerkingsovereenkomst met het agentschap Onroerend Erfgoed Vlaamse subsidies voor de periode 2027-2032 te kunnen ontvangen.
Decreet Lokaal bestuur (22 december 2017)
Onroerenderfgoeddecreet (12 juli 2013)
Onroerenderfgoedbesluit (16 mei 2014)
Om de werking van de IOED vanaf 2027 te kunnen verderzetten voor het gewijzigde werkingsgebied en om subsidies te kunnen aanvragen voor de periode 2027-2032, moeten de nodige documenten ingediend worden bij de Vlaamse overheid. Dit moet uiterlijk tegen 15 januari 2026 gebeuren.
Het belangrijkste document hierbij is een onroerenderfgoedbeleidsplan, waarin wordt aangegeven hoe de IOED de deelnemende lokale besturen zal ondersteunen bij het vormgeven en uitvoeren van het lokale en regionale onroerenderfgoedbeleid. Daarnaast moeten een aanvraagformulier tot aanpassing van de erkenning en subsidie als IOED en een meerjarenbegroting voor de periode 2027-2032 worden ingediend.
Bij de aanvraag moet ook een kopie ingediend worden van het ondertekend verslag van de gemeenteraad of van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van elk van de aangesloten gemeenten. In dit verslag geeft het betrokken bestuursorgaan de goedkeuring aan de erkennings- en subsidieaanvraag en aan het onroerenderfgoedbeleidsplan voor de periode 2027-2032.
De financiering voor de IOED is als volgt:
| Aantal inwoners |
Bijdrage per bestuur € |
|
| Hooglede |
10.305 |
6.835 |
| Ingelmunster |
11.583 |
7.682 |
| Lichtervelde |
9.437 |
6.259 |
| Moorslede |
11.487 |
7.619 |
| Pittem |
6.961 |
4.617 |
| Roeselare |
66.819 |
44.318 |
| Staden |
11.684 |
7.749 |
| Tielt |
31.887 |
21.149 |
| Wingene |
20.764 |
13.772 |
| Totaal |
180.927 |
120.000 |
Artikel 1.
De gemeenteraad gaat akkoord met de aanvraag tot aanpassing van de erkenning van de IOED: vanaf 2027 gaat ze verder onder de naam IOED Midwest, voor de volgende gemeenten: Hooglede, Ingelmunster, Lichtervelde, Moorslede, Pittem, Roeselare, Staden, Tielt en Wingene.
Artikel 2.
De gemeenteraad gaat akkoord met het onroerenderfgoed-beleidsplan 2037-2032 en de meerjarenbegroting 2027-2032 die ingediend zullen worden in het kader van de aanvraag tot subsidie als IOED.
Artikel 3.
Een afschrift van de beslissing wordt bezorgd aan DVV Midwest.
Voor de realisatie van het nieuwe Welzijnshuis is het noodzakelijk om de bestaande woningen aan Koolskampstraat 42 en 44 te slopen. Deze woningen zijn eigendom van OCMW Pittem.
Daarnaast dient de woning Baertstraat 1 afgebroken te worden, ter uitbreiding van de groenzone aan het bufferbekken. Deze woning is eigendom van Gemeente Pittem.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van € 750.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
In het kader van de opdracht “Slopen van 3 woningen met bijgebouwen te Pittem” werd een bestek met nr. OO-1539 opgesteld door de technische dienst.
Zowel OCMW Pittem als Gemeente Pittem wensen woningen te slopen. Om efficiëntie te waarborgen, wordt voorgesteld om beide opdrachten samen in te bundelen in één bestek, opgedeeld in 2 percelen.
Deze opdracht is opgedeeld in 2 percelen:
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 74.455,00 excl. btw of € 90.090,55 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Gezien de aard en omvang van de sloopwerken, de noodzaak tot een efficiënte uitvoering en het feit dat de werken plaatsvinden op meerdere gemeentelijke locaties, wordt geopteerd voor een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Hierbij worden geselecteerde lokale aannemers uitgenodigd, die bekend zijn met de gemeentelijke locaties en de lokale omstandigheden, waardoor een vlotte organisatie en uitvoering van de werken wordt gegarandeerd.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in
Het bestek met nr. OO-1539 en de raming voor de opdracht “Slopen van 3 woningen met bijgebouwen te Pittem”, opgesteld door de technische dienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 74.455,00 excl. btw of € 90.090,55 incl. 21% btw.
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in
IGS Woondienst Regio Tielt heeft als doel: de samenwerking rond wonen tussen de deelnemende gemeenten te versterken, het woonbeleid lokaal te verankeren, klantgerichte dienstverlening aan burgers te optimaliseren, en de kwaliteit van het woningpatrimonium en woonomgeving te verbeteren.
IGS Woondienst Regio Tielt kan worden ingeschakeld voor het uitvoeren van woningonderzoeken en voor de administratieve handelingen in het kader van de inventarisering van verwaarloosde woningen/gebouwen en van woningen/gebouwen die worden beschouwd als leegstand of onafgewerkt, zoals voorzien in de gemeentelijke reglementen.
De technici (dhr. Youri Samyn en dhr. Sven Heyerick) beschikken over de nodige erkenningen en brevetten (woningcontroleur, GAS-vaststeller) en zijn binnen IGS Woondienst Regio Tielt aangesteld om deze taken op het grondgebied van de deelnemende gemeenten uit te voeren.
Gelet op de noodzaak tot efficiënt optreden, en het belang van een correcte organisatie van de gemeentelijke en intergemeentelijke bevoegdheden, is het aangewezen hen formeel aan te stellen voor de genoemde bevoegdheden in elke deelnemende gemeente.
Voor het luik woningcontroleur en gemeentelijk administratieve eenheid leegstand en verwaarlozing verloopt de aanstelling via een collegebeslissing. Voor het luik GAS is nog een aanstelling door de gemeenteraad vereist.
In navolging van de vernieuwde intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid tussen de gemeentebesturen van Ardooie, Dentergem, Pittem, Tielt en Wingene (n.a.v. de fusies en toetreding van lokaal bestuur Ardooie) worden de volgende aanstellingen verricht inzake de uitvoering van woningkwaliteit, verwaarlozing, leegstand en gemeentelijke administratieve sancties (GAS).
Het is wenselijk dat de technisch adviseurs van IGS Wonen Regio Tielt een bestuurlijk verslag kunnen opmaken daar waar blijkt dat voorafgaande waarschuwing en sensibilisering rond het correct afficheren niet tot het beoogde resultaat leidt. De technisch adviseurs Sven Heyerick en Youri Samyn volgden hiervoor met succes de opleiding "gemeentelijk vaststeller GAS" bij de West-Vlaamse politieschool.
Artikel 1
De raad stelt dhr. Youri Samyn en dhr. Sven Heyerick, technisch adviseurs IGS Wonen Regio Tielt, aan als gemeentelijke vaststeller van inbreuken tegen de algemene politieverordening regio Tielt (uitgezonderd de gemengde inbreuken), met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2
Een afschrift van dit reglement wordt toegestuurd aan de coördinator van IGS Woondienst Regio Tielt, de sanctionerend ambtenaar, de korpschef van de lokale politie, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank van eerste aanleg, en de griffie van de politierechtbank van het gebied.
Het huidige belastingreglement loopt af op het einde van aanslagjaar 2025. Het belastingreglement dient dus geactualiseerd te worden voor de legislatuur 2026-2031.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt. Vermindering van de woonkwaliteit tast de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving aan.
De verloedering van ons woonpatrimonium moet ernstig genomen worden zodat het past opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing enerzijds als maatregel tegen vermindering van de woonkwaliteit van de woningen of gebouwen enerzijds en anderzijds als verbetering van de leef- en omgevingskwaliteit binnen onze gemeente.
De belasting herneemt hetzelfde aantal bestaande opcentiemen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7304000.
Artikel 1.
Er worden voor de aanslagjaren 2026 - 2031 ten voordele van de gemeente Pittem, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013, zoals gewijzigd.
Artikel 2.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de vestiging en de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid en aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst toegezonden.
Het huidig registratie- en belastingreglement 'Verwaarlozing van woningen en gebouwen' vervalt op het einde van aanslagjaar 2025.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
De gemeenteraadsbeslissing van 2 juni 2025 tot deelname aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring van het projectvoorstel van IGS Woondienst Regio Tielt, waarin ook de ondersteuning bij het beheer van verwaarlozingsdossiers is opgenomen.
De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente vormt een bedreiging voor de leefbaarheid van buurten en dorpskernen.
Door het Vlaamse beleid inzake verwaarlozing stelselmatig af te bouwen en de gewestelijke registratie en heffing af te schaffen, wordt het aan de gemeenten overgelaten om lokaal een reglementair kader te voorzien. In dat kader is het belangrijk dat de gemeente, in samenwerking met het intergemeentelijk samenwerkingsverband IGS Woondienst Regio Tielt, de nodige instrumenten in handen heeft om op te treden tegen verwaarlozing.
Dit reglement voorziet in duidelijke criteria voor de vaststelling van verwaarlozing, evenals in een procedure voor registratie en eventueel bijhorende belasting.
Het is wenselijk om dit reglement lokaal in te voeren, niet alleen om verloedering van het patrimonium te voorkomen, maar ook om bij te dragen aan een kwaliteitsvolle woonomgeving en een doelmatig ruimtegebruik. Een geïntegreerde aanpak die leegstand en verwaarlozing samen bestrijdt, draagt bij tot de algemene doelstellingen van het lokaal woonbeleid.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7375000.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De gemeente wil met dit reglement haar rol als coördinator van het lokale woonbeleid invullen om verwaarlozing van woningen en gebouwen tegen te gaan. Verwaarlozing leidt immers tot verkrotting, veiligheids- en leefbaarheidsproblemen, waardevermindering, en een negatief effect op het straatbeeld en de buurt. Door tijdig in te grijpen, wil de gemeente een kwalitatieve en duurzame woonomgeving garanderen waarin panden in goede staat blijven, waardoor ook de maatschappelijke en ecologische ruimte efficiënt wordt benut.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister over aan IGS Woondienst regio Tielt. IGS Woondienst regio Tielt fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGS Woondienst regio Tielt duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister.
Hoofdstuk 1: Registratie
VERWAARLOZINGSREGISTER
Artikel 3
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,
4° het nummer en de datum van het opnameattest,
5° de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname,
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan,
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.
REGISTRATIE VAN VERWAARLOZING
Artikel 4
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast en/of
2° de stabiliteit is aangetast en/of
3° onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
KENNISGEVING VAN DE REGISTRATIE
Artikel 5
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
1° het opnameattest met het beschrijvend verslag,
2° informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,
3° informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,
4° informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
BETWISTING EN BEROEP TEGEN REGISTRATIE
Artikel 6
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij de administratie de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister betwisten. De betwisting wordt per beveiligde zending betekend, dient ondertekend te zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van de betwisting geldt de datum van de beveiligde zending.
Als de betwisting ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van de betwisting een ontvangstbevestiging.
§3. De betwisting is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als de betwisting onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuwe betwisting is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke betwistingen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. De administratie doet uitspraak over de betwisting en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de betwisting. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of de betwisting van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing over de betwisting kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift moet, op straffe van verval, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd alsook ondertekend. Het beroepschrift kan via duurzame drager worden ingediend indien de beroepsinstantie in deze mogelijkheid voorziet. De indiening van het beroepschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing inzake de betwisting. Van het beroepschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§9. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §9, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
SCHRAPPING UIT HET VERWAARLOZINGSREGISTER
Artikel 7
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 4, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
3° de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6 §8 en artikel 6 §9.
Hoofdstuk 2: Belasting
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 8
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 9
De gemeente heft een belasting op:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 10
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
De overdrager van het zakelijk recht moet via beveiligde zending de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van paragraaf 1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 11
Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF
Artikel 12
De belasting voor een verwaarloosde woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt..
Berekening van de belasting:
Behoudens eventuele vrijstelling zijn volgende heffingen van toepassing:
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief =
| basistarief x nieuwe index |
| aanvangsindex |
Waarbij:
De aldus bekomen nieuwe tarieven worden na indexering afgerond naar boven op een halve euro.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
§1. In enkele gevallen kan de houder van het zakelijk recht (tijdelijk) vrijgesteld worden van de heffing. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van de woning of het gebouw op de inventaris. De anciënniteit van opname in de inventaris blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Als de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, zal de heffing berekend worden op basis van de begindatum van opname in de inventaris (toepassing tarief dat overeenstemt met het aantal jaren inventarisatie).
Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
§2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan twee jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van 2 jaar vanaf de datum waarop het zakelijk recht verkregen werd via notariële akte. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
- de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
- de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
2° De belastingplichtige die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als die niet over een andere woning beschikt. Deze vrijstelling geldt gedurende de drie jaren die volgen op de verwerving van het goed en op voorwaarde dat dit de enige eigendom is die door eigenaar zelf effectief wordt bewoond.
3° Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
4° De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een erkende ouderenvoorziening.
5° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
- een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
- een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
- een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
- een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
- een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
- een combinatie van beide offertes;
- een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
- Deze vrijstelling wordt telkens verleend voor een periode van 1 jaar en kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.
- Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.
6° De belastingplichtige die houder van het zakelijk recht is over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken op het lokaal woonoverleg. Indien hij geen deel uitmaakt van het woonoverleg, wordt hij voor dit punt jaarlijks uitgenodigd. Het woonoverleg formuleert een advies voor het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar. Als er geen of onvoldoende voortgang blijkt om de verwaarlozing binnen de 2 jaar weg te werken, wordt geen nieuwe vrijstelling verleend.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 5 december 2019.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van dit aangehaalde reglement blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de gemeente.
Artikel 18
Deze beslissing wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel beheerder van de gemeente.
Het huidig belastingreglement leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen vervalt op het einde van het aanslagjaar 2025.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
De Vlaamse Codex Wonen geeft gemeenten een sleutelrol in het lokaal woonbeleid. Als overheidsniveau dat het dichtst bij de burger staat, hebben gemeenten de bevoegdheid én de verantwoordelijkheid om actief werk te maken van een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod. Eén van de instrumenten die daarbij ter beschikking staan, is het gemeentelijk leegstandsbeleid. Gemeenten kunnen een reglement vaststellen waarin ze vastleggen hoe leegstand wordt geïdentificeerd en vastgesteld, welke uitzonderingen er mogelijk zijn, en welke gevolgen de registratie kan hebben.
Voor gemeenten die deelnemen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband rond wonen en daarvoor Vlaamse subsidies ontvangen, is het bovendien verplicht om een leegstandsregister op te maken en actueel te houden. Binnen de regio Tielt engageerde ons lokaal bestuur zich om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid, waarbij onder meer het leegstandsregister opgezet en beheerd wordt door IGS Woondienst Regio Tielt.
Een actueel leegstandsreglement is dan ook noodzakelijk om aan deze verplichting te voldoen. Maar het is tegelijk ook een belangrijk beleidsinstrument: langdurige leegstand kan het straatbeeld en de leefomgeving negatief beïnvloeden, en staat haaks op het principe van een efficiënt gebruik van het bestaande woningen- en gebouwenbestand. Door leegstand op te volgen, in kaart te brengen en in bepaalde gevallen te belasten, wordt een activerend signaal gegeven aan eigenaars om panden opnieuw in gebruik te nemen of op de markt te brengen. Tegelijk bevat het reglement ook een aantal vrijstellingsgronden, afgestemd op de noden binnen de gemeente en op de beleidsdoelstellingen die lokaal worden nagestreefd.
Tot slot moet ook rekening gehouden worden met de financiële context waarin het gemeentelijk beleid wordt gevoerd. Een reglementair kader dat helder, werkbaar en handhaafbaar is, draagt bij tot een doeltreffende en efficiënte aanpak van leegstand binnen de gemeente en de regio.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7374000.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de gemeente bijdragen aan een kwalitatieve woonomgeving waarbij de strijd tegen langdurige leegstand wordt aangegaan door het activeren van onderbenutte panden via registratie en belasting. Via het leegstandsregister en een daaraan gekoppelde belasting kan langdurige leegstand ontmoedigd worden. Dit draagt bij aan een duurzaam ruimtegebruik en zorgt ervoor dat het beschikbare woningen- en gebouwenbestand maximaal wordt benut, conform het lokale woonbeleid.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DEFINITIES
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan IGS Woondienst regio Tielt. IGS Woondienst regio Tielt fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGS Woondienst regio Tielt duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. ;
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° leegstaande woning:
Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen
11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
13° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 3
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst “leegstaande gebouwen”;
2° een lijst “leegstaande woningen”.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;
4° het nummer en de datum van de administratieve akte,
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
REGISTRATIE VAN LEEGSTAND
Artikel 4
§1. De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
KENNISGEVING VAN REGISTRATIE
Artikel 5
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
BETWISTING EN BEROEP TEGEN REGISTRATIE
Artikel 6
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij de administratie de beslissing tot opname in het leegstandsregister betwisten. De betwisting wordt per beveiligde zending betekend. De betwisting moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd .
Als de betwisting ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangende betwisting ingediend worden, waarbij de eerdere betwisting als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een betwisting wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. De betwisting is alleen onontvankelijk:
§5. Als de betwisting onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuwe betwisting is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke betwistingen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. De betwisting wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De administratie doet uitspraak over de betwisting en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van de betwisting. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van de betwisting.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of de betwisting van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9. Tegen de beslissing over de betwisting kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift moet, op straffe van verval, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd alsook ondertekend.
Het beroepschrift kan via duurzame drager worden ingediend indien de beroepsinstantie in deze mogelijkheid voorziet.
De indiening van het beroepschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing inzake de betwisting.
Van het beroepschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
SCHRAPPING UIT HET LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 7
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 2, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw met een economische functie wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeldt in artikel 2, 6°/1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6 §9 en artikel 6 §10.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 8
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 9
De gemeente heft een belasting op:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 10
De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 11
De mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 12
§1 De belasting bedraagt:
- € 1.500 voor een leegstaande woning / gebouw;
- € 900 voor een leegstaande kamer.
Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 3.000 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 1.800 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 4.500 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 2.700 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 6.000 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 3.600 voor een leegstaande kamer
§3 De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief =
| basistarief x nieuwe index |
| aanvangsindex |
Waarbij:
De aldus bekomen nieuwe tarieven worden na indexering afgerond naar boven op een halve euro.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
§1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in §2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie.
Let wel: in de periode van de vrijstelling blijft de woning wel geïnventariseerd. Indien op het einde van deze vrijstelling, het gebouw en/of woning niet uit de inventaris is geschrapt, of indien de houder van het zakelijk recht niet in aanmerking komt voor een aanvullende vrijstelling voor het lopende aanslagjaar, wordt de houder van het zakelijk recht een belasting opgelegd die overeenkomt met het lopende bedrag dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn mocht hij het lopende dienstjaar geen vrijstelling genoten hebben.
Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 6 §9.
§2. Van de leegstandsbelasting vrijgesteld is de belastingplichtige:
1° die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een erkende ouderenvoorziening.
2° die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis. Het bewijs van het langdurig verblijf wordt geleverd door de instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een psychiatrische instelling of ziekenhuis.
3° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor een periode van twee jaar die volgt op de volledige overdracht van het gebouw of de woning; Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan : a. vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert. b. Vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.
4° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van één jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing.
5° die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht.
6° de VMSW of de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, de gemeenten en het OCMW;
Wat betreft de erkende sociale woonmaatschappijen:
- onbeperkte vrijstelling voor de woningen, waaraan een renovatie, herbouw of sloopdossier aan gekoppeld is (via een aanmelding bij de VMSW).
- een aanvullende vrijstelling van 1 jaar (bovenop andere vrijstellingsregimes) voor wat betreft onverhuurbare woningen en woningen in een onbeheerde nalatenschap.
- een aanvullende vrijstelling van 2 jaar (bovenop andere vrijstellingsregimes) voor wat betreft nieuwgebouwde sociale koopwoningen.
Wat betreft de gemeenten en het OCMW:
- onbeperkte vrijstelling voor zover het panden betreft die het voorwerp uitmaken van een intentieverklaring en/of een huidig/toekomstig project met het oog op het realiseren van kwalitatieve woningen binnen een meer kwalitatieve woonomgeving.
7° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.
8° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek.
9° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp.
10° die renovatiewerken uitvoert aan de woning of het gebouw, waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning vereist is;
Opgelet: Er kan slechts éénmalig een vrijstelling wegens renovatiewerkzaamheden worden toegekend voor hetzelfde pand én dezelfde eigenaar, ongeacht of deze gebaseerd is op een omgevingsvergunning dan wel op een renovatienota. Een cumul van beide gronden is uitgesloten.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 3 oktober 2022.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 3 oktober 2022 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de gemeente.
Artikel 18
De beslissing wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel beheerder van de gemeente.
Het huidige belastingreglement loopt af op het einde van aanslagjaar 2025. Het belastingreglement dient bijgevolg geactualiseerd worden voor de legislatuur 2026-2031.
De gemeente acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan.
Het is daarom wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente.
De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.
Het gemeentebestuur wenst dat er geïnvesteerd wordt in de woonkernen. Ook de Vlaamse decreetgever streeft via artikel 58 van het decreet van 8 december 2017 naar een verhoging van het rendement, waarbij men een intensiever gebruik van de bestaande ruimte en de verweving van verschillende functies, het hergebruik van constructies en het tijdelijk toelaten van ruimtegebruik wil stimuleren.
Een uitbreiding van de woonkern via aan de rand gelegen woonuitbreidingsgebieden is in de meeste gevallen niet langer haalbaar en ook niet meer wenselijk. Het gaat om nog niet uitgeruste gebieden, meestal gelegen in (mogelijk) overstromingsgevoelige gronden, en te ver van de woonkern gelegen waarbij een gebrek is van verweving van de woonfunctie met typische woonkernfuncties zoals detailhandel, horeca, diensten, gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.
Een invoering van deze belasting dringt de grondspeculatie terug en betekent een stimulans tot het bebouwen van onbebouwde gronden, waarbij wordt bewerkstelligd dat de visuele vervuiling wordt tegengegaan en de samenhang van een buurt wordt onderstreept.
Gecombineerd hiermee dient principieel het slopen van hoofdgebouwen in de woonkernen zonder vervangingsbouw dan ook vermeden. Op deze manier wordt tevens geen ongewenste uitweg geboden wordt om zich te onttrekken aan de belasting van leegstand (zowel woningen als bedrijfsruimten). Op deze manier maakt deze belasting deel uit van het algemene activeringsbeleid inzake gronden en panden in de gemeente.
Met deze belasting wenst het gemeentebestuur een ontradend en sturend effect te benadrukken.
De gemeente is vrij haar tarief te bepalen. Deze is redelijk verantwoord, mede gelet op de financiële toestand van de gemeente.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7372001
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5 VCRO en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6 VCRO;
2° Kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
3° Onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO;
Een kavel wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning. Een kavel die niet aan deze beschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.
Een bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een constructie erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning. Een bouwgrond die niet aan deze beschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.
4° Register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO;
5° Sociale woonorganisatie: een organisatie, vermeld in artikel 2, §1, eerste lid, 26° Vlaamse Wooncode;
6° Constructie: Met constructie wordt het bouwwerk dat beantwoordt aan de hoofdbestemming, die is vastgelegd in de plannen van aanleg of het ruimtelijk uitvoeringsplan die voor de desbetreffende grond van toepassing zijn, bedoeld.
7° Collectieve voorziening: het begrip collectieve voorzieningen en hun aanhorigheden heeft betrekking op een openbaar park, een openbaar speelplein of een terrein dat bestemd is voor het gebruik door één of meerdere jeugdverenigingen, sportverenigingen,…
8° Voldoende uitgeruste weg: een met duurzame materialen verharde weg, voorzien van een elektriciteitsnet
Artikel 2: Belastbare grondslag
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de niet-bebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling en op de niet-bebouwde gronden gelegen, hetzij in gebieden bestemd voor wonen volgens het gewestplan Roeselare – Tielt, hetzij een bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan en palende aan een openbare weg die voldoende is uitgerust.
§2 Conform artikel 3.2.5. van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid, d.d. 27.03.2009, zijn de gemeenteraden gemachtigd tot het heffen van een jaarlijkse belasting, geheven op onbebouwde kavels en onbebouwde bouwgronden in woongebied. Voorliggende reglementering wijkt af van de bepalingen in artikels 3.2.7. t.e.m. 3.2.12. van genoemd decreet. Derhalve zijn deze artikels niet van toepassing.
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar een van de volgende zakelijke rechten heeft op de bouwgrond of kavel:
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, is elke belastingplichtige hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige activeringsheffing.
§3. In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst (o.a. compromis).
§4 De oude eigenaar is verplicht aangifte te doen van de eigendomsoverdracht vóór 1 januari van het jaar volgend op de eigendomsoverdracht, en dit met opgave van de datum van de akte en de nauwkeurige aanduiding van de identiteit van de nieuwe eigenaar en van het betrokken perceel.
Artikel 4: Berekening van de belasting
§1. De heffing wordt vastgesteld op 15,50 € per strekkende meter.
§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
§3. De minimale aanslag bedraagt 200 euro per kavel of bouwgrond en 500 euro vanaf tweede kavel.
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een strekkende meter wordt als volledige meter beschouwd.
Artikel 5: Vrijstellingen
§1. Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
1° De eigenaars van een enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland; Deze vrijstelling geldt alleen maar gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed; ze geldt gedurende de vijf aanslagjaren die volgen op de inwerkingtreding van de belastingverordening indien het goed op dat tijdstip reeds verworven is.
2° De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, de WVI en openbare besturen;
3° De verkavelaar, indien de verkavelingsvergunning geen wegenwerken omvat en dit gedurende de eerste 2 jaar die volgen op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd toegekend;
4° De verkavelaar, indien de verkavelingsvergunning wegenwerken omvat en dit gedurende de eerste 2 jaar die volgen op het jaar waarin het attest, bedoeld in artikel 4.2.16, §2 van de VCRO werd toegekend, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest wordt verleend;
5° De eigenaars van een onbebouwde bouwgrond en/of – kavel en dit gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin men eigenaar wordt van de onbebouwde grond en/of – kavel.
6° Door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen.
7° De eigenaars van een onbebouwde grond en/of kavel die toebehoort aan dezelfde eigenaars van de aanpalende bebouwde grond, op voorwaarde dat de onbebouwde grond samen met de aanpalende bebouwde grond één ononderbroken ruimtelijk geheel vormt dat aansluit bij de woonfunctie en geharmoniseerd werd voor 1 januari 2026.
Een harmonisatie na 1 januari 2026 wordt dus niet vrijgesteld.
8° Ouders beperkt tot één onbebouwde kavel of tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied per kind dat op 1 januari van het heffingsjaar de leeftijd van dertig jaar nog niet heeft bereikt en bovendien nog geen volle drie jaar een onbebouwde kavel of woning noch een onbebouwde bouwgrond in woongebied, in volle eigendom heeft, alleen of met de persoon met wie hij/zij gehuwd is of wettelijk of feitelijk samenwoont;
9° Eigenaars van onbebouwde percelen die gebruikt worden om te dienen als parkeerplaats van voertuigen ten algemene nutte, op voorwaarde dat deze eigenaars een schriftelijke overeenkomst sluiten met het gemeentebestuur waarin wordt bepaald dat bedoeld perceel als openbare parkeerplaats ter beschikking wordt gesteld.
§3. de activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
1° Ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
2° Ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;
3° Ingevolge een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgrond, of hun ligging, vorm of fysieke toestand;
§ 4. Indien sommige mede-eigenaars, krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.
Artikel 6: Aangifteplicht
§1 De belastingplichtige moet uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar een aangifte indienen op het door de gemeente voorgeschreven formulier.
Wie geen aangifteformulier ontving, moet het document afhalen of aanvragen bij het gemeentebestuur.
De correct ingevulde, gedag- en naamgetekende aangifte moet binnen de hierboven gestelde termijn worden ingediend bij het gemeentebestuur.
Artikel 7: Ambtshalve Belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De verschuldigde belasting wordt in deze gevallen verdubbeld.
Het bedrag van de verhoging wordt tevens ingekohierd.
Artikel 8: Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 9: Betaling van de heffing
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaar en beroep tegen de aanslag
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, hetzij per post bij het college van burgemeester en schepenen, hetzij per e-mail via stedenbouw@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
§2. Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 12
Onderhavig reglement treedt in voege op 01/01/2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.
Het huidig belastingreglement 'Tweede verblijven' vervalt op het einde van aanslagjaar 2025.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
De gemeente stelt vast dat er binnen haar grondgebied een aanzienlijk aantal tweede verblijven aanwezig is. Deze woningen worden niet als hoofdverblijf gebruikt, maar zijn wel permanent beschikbaar voor hun eigenaars. Dit impliceert dat deze eigenaars, hoewel zij niet als vaste inwoners in de gemeente staan ingeschreven en geen gemeentelijke personenbelasting betalen, toch regelmatig en substantieel gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en diensten zoals wegen, afvalophaling, openbare veiligheid, water- en energievoorzieningen, en openbare ruimten.
Er bestaat hierdoor een structurele fiscale ongelijkheid tussen de permanente inwoners van de gemeente, die via de personenbelasting bijdragen aan het gemeentelijk budget, en de eigenaren van tweede verblijven, die dit niet doen. Dit verschil rechtvaardigt een specifieke gemeentelijke belasting op tweede verblijven om deze ongelijkheid gedeeltelijk te compenseren.
De situatie van tweede verblijven is immers wezenlijk anders. Zij vormen vaste onroerende goederen die gedurende het gehele jaar beschikbaar zijn en die een meer permanente impact hebben op het gemeentelijk patrimonium, de leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Daarnaast zorgen zij voor een duurzame druk op gemeentelijke diensten en infrastructuur, die niet kan worden vergeleken met het incidentele bezoek van dagtoeristen. Deze langdurige en substantieel verschillende gebruiks- en impactsgraad vormt een geldige grond voor een fiscale differentiatie tussen tweede verblijven en andere categorieën belastingplichtigen.
Bovendien is het gemeentebestuur van oordeel dat de verschillende kenmerken van tweede verblijven – zoals hun ligging in verschillende bestemmingszones en het bebouwde oppervlak – een rechtvaardiging bieden voor een gedifferentieerd tarief. Deze differentiatie is niet arbitrair, maar sluit aan bij de concrete omstandigheden binnen de gemeente, de mate van belasting op de gemeentelijke voorzieningen en de ruimtelijke impact. Hiermee wordt voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, doordat de belastingdruk proportioneel wordt afgestemd op de specifieke situatie van elk tweede verblijf.
Deze belasting beoogt niet alleen een rechtvaardige verdeling van de lasten, maar draagt ook bij aan een bewust beheer van het lokaal patrimonium, met het oog op het vermijden van leegstand, het stimuleren van een kwalitatieve woonomgeving en het bevorderen van een duurzaam lokaal woonbeleid.
De keuze voor deze belasting sluit ook aan bij het bredere lokale beleid waarbij de gemeente inzet op het optimaal gebruik van haar woon- en verblijfsaanbod. Tweede verblijven blijven immers gedurende grote delen van het jaar ongebruikt, terwijl de nood aan betaalbare, permanent bewoonde huisvesting stijgt. Door een financiële prikkel in te bouwen wil de gemeente op termijn een bewuster gebruik van het woningpatrimonium stimuleren, zonder dit bezit op zich te ontmoedigen.
Tot slot onderstrepen we dat de gemeente beschikt over een aparte gezinsbelasting, waarin alle reguliere woongelegenheden belast worden op basis van hun permanente bewoning. De belasting op tweede verblijven is daarvan duidelijk onderscheiden in doelgroep, finaliteit en tariefstructuur. Deze dubbele belasting vormt dus geen verboden cumul, maar is onderbouwd vanuit twee afzonderlijke beleidsdoelen. De financiële noodzaak van de maatregel wordt daarbij slechts als bijkomende motivering ingeroepen, niet als enige rechtvaardiging van het tariefonderscheid.
Op basis van bovenstaande argumentatie acht de gemeente deze belasting verenigbaar met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, zoals vereist door artikel 172 van de Grondwet en artikel 3 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7377000.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de gemeente bijdragen aan een kwalitatieve woonomgeving waarbij de kosten en impact van tweede verblijven op een evenwichtige en billijke manier worden verrekend, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het pand.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De gemeente heft een belasting op de tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
§1 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke andere private woongelegenheid, dan die welke voor het hoofdverblijf is aangewend, waarover de eigenaars op elk ogenblik kunnen beschikken, dit ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, vakantiewoningen, optrekjes en elke andere vaste woongelegenheden, hierbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair en een leveringscontract voor elektriciteit en water worden als belangrijke indicaties weerhouden.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
§2 Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
§1 De belasting is verschuldigd door de eigenaar (natuurlijk persoon of rechtspersoon) van het tweede verblijf, op 1 januari van het belastingjaar, ongeacht de duur van een eventuele verhuring en ongeacht het feit of de eigenaar al dan niet in de gemeentelijke bevolkingsregisters is ingeschreven.
Dit is ook het geval indien hij het gebruik van het tweede verblijf kosteloos afstaat of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt. In geval van vruchtgebruik is de vruchtgebruiker belastingplichtig.
§2 In geval van eigendomsoverdracht en/of overdracht van het zakelijk recht, is de nieuwe eigenaar en/of de nieuwe houder van het zakelijk recht de belasting verschuldigd te rekenen vanaf 1 januari die volgt op de datum van de akte van de eigendomsoverdracht of overdracht van het zakelijk recht.
§3 De verwijdering of afbraak van het belastbare goed in de loop van het belastingjaar geeft geen aanleiding tot vermindering van deze belasting.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 6
In geval van samenloop van eigenaars, of samenloop van houders van een zakelijk recht, of van samenloop van eigenaars met houders van een zakelijk recht, zijn de eigenaars en/of houders van een zakelijk recht, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF
Artikel 7
§1 De belasting wordt berekend per woongelegenheid, is ondeelbaar en wordt per jaar vastgesteld.
§2 De belasting is differentieel en wordt bepaald door enerzijds de zone waarin de woongelegenheid gelegen is en anderzijds door het bebouwd grondoppervlak:
A: Al deze gelegen in een zone voor verblijfsrecreatie, zone voor recreatief wonen, zone voor residentieel recreatief wonen;
B: Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een maximaal bebouwd grondoppervlak tot en met 80m².
Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een bebouwd grondoppervlak groter dan 80m² en kleiner dan 150m².
Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een bebouwd grondoppervlak vanaf 150 m².
§3 Het bebouwd grondoppervlak bestaat uit het grondoppervlak van het hoofdgebouw en dat van alle eventuele bijgebouwen.
§4 Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
§5 De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief =
| basistarief x nieuwe index |
| aanvangsindex |
Waarbij:
De aldus bekomen nieuwe tarieven worden na indexering afgerond naar boven op een halve euro.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 8
De belastbare elementen worden vastgesteld door het gemeentebestuur. De belastingplichtigen of hun vertegenwoordigers (syndicussen, houders van verhuurkantoren, agentschappen, e.d.) moeten te allen tijde op verzoek van de met de controle belaste persoon van het gemeentebestuur de nodige inlichtingen verstrekken.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
§1 De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§2 De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
§3 Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake rijksbelastingen op de inkomsten.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 10
Het gemeentebestuur ontvangt van de betrokken eigenaars een getekende verklaring volgens het model en binnen de termijn vastgesteld door het bestuur.
De betrokkenen die geen formulier zouden ontvangen hebben zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de elementen te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van de belasting, en dit schriftelijk ten laatste één maand na de aanwending als tweede verblijf, de eigendomsverwerving of de ingebruikneming.
Om de aangifteplicht voor de belastingplichtige te vereenvoudigen dient de belastingplichtige de aangifte niet terug te zenden aan het gemeentebestuur indien zich geen wijzigingen voordoen aan de belastbare grondslag en dit vanaf het tweede aanslagjaar waarvoor de belasting zal worden gevestigd. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van deze vereenvoudigde aangifte, zal de belasting berekend worden op basis van de laatst ingediende aangifte.
BELASTINGVERHOGING
Artikel 11
Bij gebreke van een aangifte of bij een onvolledige, onjuiste, onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Ingeval van een ambtshalve belasting wordt aan de belastingplichtige een belastingverhoging opgelegd waarvan het bedrag gelijk is aan de oorspronkelijke belasting, onverminderd de verschuldigde belasting.
Voorafgaand aan de inkohiering van de ambtshalve aanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 12
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen:
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
Dit moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden.
Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven.
INWERKTREDING
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de gemeente.
Artikel 15
Deze beslissing wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel beheerder van de gemeente.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het Vlaams huurdecreet van 9 november 2018, inzonderheid de artikelen 5.1 t.e.m. 5.4.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.2. §1 en §2, zoals gewijzigd.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking,
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
De gemeenteraadsbeslissing van 2 juni 2025 tot deelname aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring van het projectvoorstel van IGS Woondienst Regio Tielt.
Een belangrijk instrument binnen het lokaal woonbeleid is het conformiteitsattest. Dit attest geeft aan dat een woning of kamer voldoet aan de minimale woningkwaliteitsnormen zoals vastgelegd in de Vlaamse regelgeving. Het aanvragen van zo’n attest kan vrijwillig gebeuren door de eigenaar of verplicht zijn in het kader van (kamer)verhuur, bij verordenende bepalingen vanuit de gemeente of als voorwaarde voor toekenning van bepaalde Vlaamse huurpremies. In dat kader speelt het lokaal bestuur een cruciale rol in het uitvoeren van de kwaliteitscontrole.
Het organiseren van conformiteitsonderzoeken brengt voor de gemeente echter substantiële kosten met zich mee, zowel op vlak van personeelsinzet, administratieve verwerking als rapportering. Door het invoeren van een retributie wil de stad deze werkelijke kost gedeeltelijk verhalen op de aanvrager, zonder winstbejag. Dit is toegelaten binnen de principes van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Decreet Lokaal Bestuur, mits de vergoeding evenredig blijft met de geleverde prestaties.
Er is bewust gekozen voor een basistarief per woning of kamer dat representatief is voor de werkelijke kostprijs van het volledige onderzoek en de administratieve opvolging. Tegelijkertijd voorziet het reglement in een bijkomende vergoeding vanaf de derde hercontrole, om op die manier ook rekening te houden met situaties waarin meerdere tussenkomsten noodzakelijk zijn. Dit voorkomt dat overmatige hercontroles zonder gevolg ten laste vallen van de gemeenschap.
Er zijn eveneens enkele uitzonderingen opgenomen waarbij geen retributie wordt aangerekend. Zo is het conformiteitsonderzoek gratis in het geval van proactieve screening door de intergemeentelijke woondienst of wanneer een woning conform wordt bevonden na een waarschuwingsprocedure. Ook wanneer het onderzoek noodzakelijk is in het kader van sociale verhuur of het verkrijgen van een Vlaamse huurpremie of huursubsidie, wordt geen vergoeding gevraagd. Op deze manier wordt een sociaal rechtvaardige benadering gehanteerd en worden kwetsbare doelgroepen ontzien.
Door dit evenwicht tussen kostendekkendheid en sociaal-maatschappelijke correctie, sluit het voorgestelde retributiereglement aan bij de principes van behoorlijk bestuur en het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Bovendien is het reglement gestoeld op duidelijke bevoegdheidsgronden en actuele Vlaamse regelgeving, wat de rechtszekerheid en juridische robuustheid versterkt.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de gemeente de kosten vergoeden van de uitgevoerde conformiteitsonderzoeken die aan een burger, vereniging of bedrijf worden geleverd.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Voor een onbepaalde termijn met ingang van 01/01/2026 is een vergoeding verschuldigd voor elk nieuw conformiteitsonderzoek.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 3
De vergoeding is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de woonentiteit.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 4
§1 Voor een conformiteitsonderzoek wordt een forfaitaire vergoeding aangerekend van € 200 per woning of kamer. Dit bedrag dekt het volledige onderzoek, inclusief maximaal twee hercontroles die nodig zijn vooraleer een conformiteitsattest kan uitgereikt worden.
§2 Wanneer na de tweede hercontrole alsnog geen conformiteitsattest kan worden afgeleverd, en bijkomende conformiteitsonderzoeken noodzakelijk blijken, wordt voor elke bijkomende hercontrole een nieuwe vergoeding van € 100 aangerekend. Deze bijkomende hercontroles worden als afzonderlijke prestaties beschouwd en vallen niet langer onder de forfaitaire vergoeding zoals bedoeld in §1.
§3 De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief =
| basistarief x nieuwe index |
| aanvangsindex |
Waarbij:
De aldus bekomen nieuwe tarieven worden na indexering afgerond naar boven op een halve euro.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 5
Er moet geen retributie betaald worden in de volgende gevallen:
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 6
De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek bij een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschiktheids- en onbewoonbaarverklaring. De vergoeding is deze gevallen dus enkel verschuldigd bij hercontroles; alsook bij de aanvraag tot afgifte van een conformiteitsattest.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 7
De retributie wordt per factuur betaald.
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de gemeente.
Artikel 10
Deze beslissing wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel beheerder van de gemeente.
Het huidig reglement 'Geldigheid van de conformiteitsattesten' vervalt op het einde van aanslagjaar 2025.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Het gemeentebestuur wil een efficiënt en doelgericht beleid voeren om de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de woningen binnen haar grondgebied te waarborgen.
In bepaalde situaties is het noodzakelijk om niet alleen de naleving van de normen te controleren, maar ook om de controle op de kwaliteit van woningen frequenter te organiseren. Dit is vooral het geval bij woningen waarbij er indicaties zijn dat de toestand snel kan verslechteren, of wanneer er specifieke risico’s zijn op het vlak van gezondheid, veiligheid of wooncomfort. In dergelijke gevallen is het wenselijk dat het conformiteitsattest slechts voor een beperkte geldigheidsduur wordt afgeleverd, zodat een herbeoordeling op kortere termijn mogelijk is en problemen tijdig kunnen worden vastgesteld en aangepakt.
Door het instellen van een beperkte geldigheidsduur van conformiteitsattesten creëert de gemeente een instrument om meer gericht en flexibel op te treden waar dat nodig is, zonder onnodige administratieve lasten voor woningen die structureel aan de normen voldoen. Deze aanpak zorgt voor een betere bescherming van de bewoners en versterkt het woonbeleid in het algemeen.
Het gemeentebestuur zal daarbij steeds oog hebben voor de proportionaliteit en rechtvaardigheid van de maatregelen, zodat de regeling in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid van de betrokken eigenaars wordt gewaarborgd. Er worden daarom duidelijke criteria en procedures voorzien, die zorgen voor transparantie en een evenwichtige toepassing van de beperkte geldigheidsduur.
Op deze wijze wil de gemeente een evenwicht bewaren tussen het nastreven van een hoog woonkwaliteitsniveau en het vermijden van onnodige belemmeringen voor eigenaars, terwijl zij haar wettelijke taken inzake woningkwaliteitsbewaking krachtig kan blijven uitvoeren.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de gemeente bijdragen aan een kwalitatieve woonomgeving waarbij de opvolging van panden met verhoogd risico op kwaliteitsverlies mogelijk wordt gemaakt via een conformiteitsattest met beperkte geldigheidsduur.
GELDIGHEIDSDUUR VAN DE CONFORMITEITSATTESTEN
Artikel 2
De afgeleverde conformiteitsattesten bij panden op het grondgebied van de gemeente zijn 10 jaar geldig.
Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt, in afwijking van de standaard geldigheidstermijn, in volgende gevallen de geldigheidstermijn beperkt tot 3 jaar:
INWERKINGTREDING
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de gemeente.
Artikel 5
Deze beslissing wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel beheerder van de gemeente.
De gemeenteraad is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de gemeenteraad.
De nominatieve subsidies voor 2026, opgenomen in het vastgestelde meerjarenplan 2026 - 2031, kunnen worden toegekend.
Wijzigingen in 2026 t.o.v. 2025:
- Toelage aan de Kringloopwerking tbv 500 euro is niet langer nominatief, maar reglementair.
- Toelage stoet Zotte Maandag tbv 1000 euro is niet langer nominatief, maar reglementair.
- Toelage gezinsbond Pittem (zweminitiatie) tbv 500 euro niet lager nominatief, maar reglementair.
- Toelage gezinsbond Pittem tbv 500 euro niet langer nominatief, maar reglementair
- Toelage gezinsbond Egem tbv 250 euro niet langer nominatief, maar reglementair
- Toelage aan het Vlaams Kruis tbv 75 euro wordt geschrapt. Deze toelage werd bovendien al niet meer uitbetaald sinds 2021. Ondanks herhaaldelijke mailverzoeken blijft een reactie van het Vlaams Kruis uit.
Opmerkingen:
Volgende toelagen worden vanaf 2026 niet meer vermeld op deze lijst omdat het een samenwerkingsovereenkomst betreft en geen nominatieve subsidie:
- Toelage Midwest
- Toelage politie
- Toelage brandweer/dienst 100
- Toelage Sint-Andriesziekenhuis
- Toelage Westtoer
- Toelagen kerkfabrieken
- Toelage basisscholen Pit en De Akker
Enig artikel
De nominatieve subsidies 2026 worden toegekend volgens het overzicht in bijlage.
Het huidige belastingreglement op masten en pylonen loopt af op het einde van aanslagjaar 2025. Het belastingreglement dient geactualiseerd worden.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Masten en pylonen verstoren het open karakter van het landschap. De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente Pittem heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en recreatieve bestemming.
De belasting op masten en pylonen is dan ook vanuit dit oogpunt gerechtvaardigd.
In overeenstemming met de omzendbrief van 15 februari 2019 houdende de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit wordt een vrijstelling voorzien voor windmolens omdat een belasting op windmolens in strijd is met het Vlaamse elektriciteitsdecreet en diverse Europese richtlijnen, die bepalen dat het gebruik van hernieuwbare energiebronnen moet bevorderd worden.
Gezien de fiscale autonomie van de gemeente wordt voorgesteld om het tarief van 1 januari 2026 te wijzigen van 2.500 euro naar 3.500 euro per mast of pyloon.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7360900.
Artikel 1.
Voor een termijn van 6 jaar, vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, wordt er een jaarlijkse belasting geheven op allerhande masten en pylonen geplaatst in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Voor de toepassing van het reglement dient onder begrip mast te worden verstaan een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie met een minimale hoogte van meer dan 17,50 meter. Voor de toepassing van het reglement dient onder het begrip pyloon te worden verstaan een individuele en vaststaande constructie of steuntoren, die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van meer dan 17,50 meter.
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 3 500,00 euro per mast of pyloon. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het belastingjaar.
Artikel 4.
Constructies voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom worden vrijgesteld van de belasting op masten en pylonen.
Artikel 5.
De belastingplichtigen, vermeld in artikel 3, zijn ertoe gehouden uiterlijk 1 oktober van het aanslagjaar aangifte te doen van de mast(en) en/of pylo(o)n(en) via het formulier dat de belastingplichtige van de gemeente ontvangt. Dit formulier kan ook bekomen worden via het (e-mail)adres: rekendienst@pittem.be . De belastingplichtigen, die geen formulier hebben ontvangen, zijn gehouden, uiterlijk op 1 oktober van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen op volgend adres: Markt 1, 8740 Pittem of via volgend emailadres: rekendienst@pittem.be. Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven: 1) de motieven om gebruik te maken van deze procedure, 2) de elementen, waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en 3) het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag, die volgt op de verzending van die betekening, om zijn of haar opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk om te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Artikel 6.
De ambtshalve belasting aanslag zal worden verhoogd met 20%, 50%, 100% of 200% al naar gelang het een eerste, een tweede, een derde of een vierde (en volgende) overtreding van de bepalingen inzake de aangifteverplichting betreft.
Artikel 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8.
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9.
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, hetzij per post bij het college van burgemeester en schepenen, hetzij per e-mail via rekendienst@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
Artikel 10.
Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De huidige aanslagvoet van 7,5% voor de aanvullende personenbelasting blijft behouden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 6.10.1, budgetrekening 0020-00/7301000.
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel. 2. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel. 3. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing worden vanaf 2026 verhoogd van 1023,3 naar 1085,6 omwille van de afschaffing van de algemene milieubelasting.
Reden afschaffing algemene milieubelasting:
Daarom het voorstel om de algemene milieubelasting af te schaffen en ter compensatie een verhoging door te voeren bij de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Het verhoogt de totale belastingdruk niet.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 6.10.1, budgetrekening 0020-00/7300000.
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 1085,6 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Artikel 2. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Het huidige belastingreglement loopt af op het einde van aanslagjaar 2025. Het belastingreglement dient dus geactualiseerd te worden voor de legislatuur 2026-2031.
De leegstand, de verkrotting en de verwaarlozing van bedrijfsruimten in de gemeente moet voorkomen en bestreden moet worden. Langdurige leegstand en verwaarlozing tasten immers de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving aan en dragen bij tot het elders aansnijden van nog onbebouwde ruimte.
De belasting herneemt hetzelfde aantal bestaande opcentiemen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7305000.
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026-2031 worden 50 opcentiemen geheven op de heffing, van het Vlaams gewest zoals ingesteld conform de bepalingen van titel 2, hoofdstuk 6 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Het betreft de heffing ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Artikel 2.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de vestiging en de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid en aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst toegezonden.
Het is billijk een belasting te vragen, aan de uitbater, voor de plaatsing op het openbaar domein van:
die door het schepencollege een plaats worden toegekend.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7360000 voor de markten en permanente inrichtingen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7360100 voor kermissen en circussen.
Artikel 1:
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 tot en met 2031.
Dit reglement vervangt het belastingreglement op standplaatsen voor kermissen, circussen, marktkramen en permanente inrichtingen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 7 juni 2022.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd door de uitbater.
Artikel 3:
Het bedrag van de belasting is als volgt bepaald:
- € 25,00 voor een kermiskraam met een grondoppervlakte van 1 tot 200 m².
- € 75,00 voor een kermiskraam met een grondoppervlakte vanaf 201 m².
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van elektriciteit:
- € 10,00 per weekend voor een aansluitpunt van 16 ampère.
- € 37,50 per weekend voor een aansluitpunt van 32 ampère.
- € 75,00 per weekend voor een aansluitpunt van 63 ampère.
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van water:
- Éénmalige vaste kost per evenement voor de installatie en afbraak van de standpijp: € 35,00
- Verbruik van water (volgens meterstanden): € 5,00 m³
€ 50,00 per dag van opstelling.
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van elektriciteit:
- € 5,00 per dag voor een aansluitpunt van 16 ampère
- € 20,00 per dag voor een aansluitpunt van 32 ampère
- € 37,50 per dag voor een aansluitpunt van 63 ampère
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van water:
- Éénmalige vaste kost per evenement voor de installatie en afbraak van de standpijp: € 35,00
- Verbruik van water (volgens meterstanden): € 5,00 m³
Voor regelmatige verkoopkramen is de belasting, inclusief de aansluiting op de elektriciteitskast vastgesteld voor 1 dag per week op:
- € 75 per kwartaal per verkoopkraam met een lengte van max. 6 meter.
- € 100 per kwartaal per verkoopkraam met een lengte van > 6 meter.
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van water:
- Éénmalige vaste kost per evenement voor de installatie en afbraak van de standpijp: € 35,00
- Verbruik van water (volgens meterstanden): € 5,00 m³
Voor toevallige verkoopkramen is de belasting, inclusief de aansluiting op de elektriciteitskast vastgesteld op:
- € 30 per dag per verkoopkraam met een lengte van max. 6 meter.
- € 40 per dag per verkoopkraam met een lengte van > 6 meter.
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van water:
- Éénmalige vaste kost per evenement voor de installatie en afbraak van de standpijp: € 35,00
- Verbruik van water (volgens meterstanden): € 5,00 m³
Te verhogen met een forfaitair tarief per aansluiting voor het verbruik van water:
- Éénmalige vaste kost per evenement voor de installatie en afbraak van de standpijp: € 35,00
- Verbruik van water (volgens meterstanden): € 5,00 m³
Artikel 4:
De belasting wordt contant ingevorderd door de financieel directeur tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Bij gebrek aan betaling van de factuur binnen de 30 dagen na de factuurdatum wordt de belasting ingevorderd bij middel van een kohier overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 mei 2008.
Artikel 5:
De belastingschuldige kan schriftelijk bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen of via email op het e-mailadres rekendienst@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
Artikel 6:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
Het huidige belastingreglement loopt af op het einde van aanslagjaar 2025. Het belastingreglement dient bijgevolg geactualiseerd worden voor de legislatuur 2026-2031.
De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:
De beslissing wordt genomen op grond van:
Inname van het openbaar domein vereist toelating door de overheid. Zo ook voor inname openbaar domein door middel van terrassen aan horecazaken. Een reglement biedt een algemeen behandelingskader aan het college en een stuk rechtszekerheid aan de aanvragers. Op deze manier wil de gemeente Pittem blijven inzetten op kwalitatieve publieke ruimte waarbij ook terrassen worden ingericht in harmonie met hun omgeving.
Voor de inname van het openbaar domein is het opportuun om een belasting te heffen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 6.10.1, budgetrekening 0020-00/7360800
Artikel 1. Doel
Dit reglement stelt algemene regels vast voor innames van het openbaar domein door middel van terrassen aan horecazaken[1], op het grondgebied van de gemeente Pittem (Pittem en Egem).
Artikel 2. Algemene vergunningsmodaliteiten en belastingbedrag
§1. Inname van het openbaar domein door het plaatsen van een terras bij een horecazaak of een vergelijkbare inname van het openbaar domein door het plaatsen van tafels, stoelen, afsluitingen,… kan enkel mits voorafgaandelijke, uitdrukkelijke en schriftelijke vergunning door het college van burgemeester en schepenen. Dit met uitzondering van:
§2. Deze vergunning doet geen afbreuk aan het gemeentelijk belastingreglement op privaat gebruik van het openbaar domein.
§3. De terrasvergunning wordt strikt persoonlijk en plaatsgebonden verleend aan de uitbater van de horecazaak en is niet verhandelbaar, noch overdraagbaar.
§4. De terrasvergunning moet ten allen tijde door de uitbater of zijn aangestelde kunnen worden voorgelegd op eenvoudig verzoek van alle bevoegde personen. Deze vergunning moet als dusdanig steeds aanwezig zijn in de horecazaak.
§5. De terrasvergunning bepaalt de zone(s) waarbinnen het terras opgesteld mag worden, de toegelaten terrasuitrustingen en andere voorwaarden voor de opstelling van het terras, overeenkomstig de normen van dit reglement en in voorkomend geval het geldende terrasinplantingsplan.
§6. Constructies die onderhevig zijn aan voorschriften inzake stedenbouw en/of onroerend erfgoed (en desgevallend een omgevingsvergunning vereisen), worden enkel als vergunde terrasuitrustingen beschouwd wanneer zij volledig conform zijn met deze voorschriften. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds om gemotiveerde redenen specifieke voorwaarden opleggen in de terrasvergunning.
§7. De terrasvergunning kan ingetrokken of gewijzigd worden indien het college van burgemeester en schepenen in een gemotiveerde beslissing van oordeel is dat het terras om redenen van verkeersveiligheid gevaar kan opleveren of omwille van redenen van openbare orde zoals lawaai of vervuiling, overlast voor de omwonenden, de uitvoering van openbare werken, werken aan een gebouw, manifestaties/ evenementen of elke andere reden van openbaar nut. Zowel de intrekking van de vergunning als het tijdelijk moeten verwijderen van het terras om redenen van openbare veiligheid of openbaar nut, brengen voor de houder van de vergunning geen recht op schadevergoeding, onder welke vorm ook, met zich mee.
§8. Verenigingen die in normale omstandigheden niet over een vergund terras kunnen beschikken en van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken, dienen dit uiterlijk één maand voor de bijzondere gelegenheid aan te vragen. En dit op identieke wijze en bijhorende voorwaarden, zoals beschreven in dit terras reglement (belast volgens het reglement inname openbaar domein). De vergunning van het college van burgemeester en schepenen zal de precieze oppervlakte, die met het plaatsen van het terras mag worden ingenomen, alsook de vergunningstermijn vermelden en de houder van de vergunning is verplicht zich hier strikt aan te houden.
§9. De terrasvergunning wordt bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen verstrekt voor de geldigheid van één jaar.
§10. De terrasvergunning vervalt van rechtswege in de volgende situaties:
§11. Er wordt een onderscheid gemaakt in 2 types terrasseizoenen:
Buiten het vergunde terrasseizoen moeten alle terrasonderdelen van het openbaar domein verwijderd worden. Indien de uitbater nalaat het openbaar domein tijdig te ontruimen, kan het gemeentebestuur het openbaar domein ontruimen op kosten en risico van de uitbater, en subsidiair de huurder en/of de eigenaar van de horecazaak. Zonder dat aanspraak kan gemaakt worden op enige schadeloosstelling, van welke aard ook.
§12. Terrassen bij horecazaken worden belast overeenkomstig:
Volgens ingenomen grondoppervlakte.
Artikel 3. Aanvraag- en vergunningsprocedure
§1. De aanvraag tot inname van het openbaar domein voor een terras moet digitaal ingediend worden via de gemeentelijk website (https://www.pittem.be/nl/aanvragen) en dit minstens 60 kalenderdagen voor de gewenste ingebruikname van het terras. Bij de aanvraag moet een terrasinplantingsplan (TIP) - met schaal 1/100 of 1/50 incl. alle straatinrichtingen en -afmetingen in een zone van minimaal 4 meter rondom het terras - als bijlage toegevoegd worden.
§2. De vereiste omgevingsvergunning voor het uitstallen van een permanent terras (bevloering, wanden, zonneluifels, enz. …) moet digitaal ingediend worden via het omgevingsloket (https://omgevingsloketvlaanderen.be/) en hiervan moet een bewijs ingediend worden.
§3. De toelating wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen.
§4. Bij iedere daaropvolgende aanvraag tot hernieuwing van een terras volstaat een schrijven aan het college van burgemeester en schepenen waarbij expliciet vermeld wordt dat het om een eerder vergund terras gaat, zonder enige vorm wijziging. Iedere wijziging of vervanging van een terras en/of de uitbater geeft aanleiding tot een nieuwe vergunningsaanvraag.
§5. Indien de constructie gepland is langs een gewestweg dient een gunstig advies bekomen te worden van de betreffende overheid (Agentschap Wegen en Verkeer) en moet het bewijs hiervan ingediend te worden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen 30 dagen over de ontvankelijke terrasaanvraag. Ter voorbereiding van de beslissing over de terrasaanvraag, kan de bevoegde dienst alle nuttige opzoekingen doen, inlichtingen inwinnen en adviezen opvragen bij andere diensten en instanties. De bevoegde dienst stelt de uitbater in kennis van adviesvragen die een impact kunnen hebben op de beslissingstermijn, alsook van ongunstige adviezen of gunstige adviezen onder voorwaarden die afwijken van de terrasaanvraag. De aanvraag kan zo nodig in overleg bijgesteld worden, mits de uitbater zich hiermee schriftelijk akkoord verklaart. De bevoegde dienst maakt een voorstel van beslissing op voor het college van burgemeester en schepenen op basis van de uiteindelijke aanvraag en de ontvangen adviezen. Bij de beslissing wordt een motivatie opgenomen indien een advies niet of niet geheel wordt gevolgd.
Artikel 4. Inrichting en opstelling terras
§1. Bij een terras op het trottoir zijn de volgende afmetingen te respecteren:
§2. Plaatsing van terrasuitrustingen
Terrasuitrustingen moeten binnen de vergunde terrasoppervlakte geplaatst worden en mogen deze perimeter niet overschrijden. Terrasmeubilair moet binnen een vergunde terraszone altijd zo opgesteld staan, dat de gebruikers van het meubilair steeds binnen de vergunde terraszone zitten. Terrasuitrustingen moeten in beginsel verwijderbaar zijn op eenvoudig verzoek. Op doorgangen voor hulpdiensten en/of opstelplaatsen voor brandweerladderwagens moeten de terrasuitrustingen door één persoon individueel manueel verwijderbaar zijn.
Terrasuitrustingen die een omgevingsvergunning vereisen dan wel een toelating of melding volgens de reglementering inzake onroerend erfgoed, kunnen pas geplaatst worden nadat de omgevingsvergunning, toelating of melding uitvoerbaar is geworden.
Het is niet toegelaten:
§3. Materiaalgebruik en uitzicht
In functie van veiligheid, kwaliteit materialen en het karakter van de omgeving, kunnen specifieke voorwaarden opgelegd worden in verband met het materiaalgebruik en het uitzicht van het terras. Niet-zaakgebonden publiciteit is nooit toegestaan. De terrasvergunning kan beperkingen opleggen voor zaakgebonden publiciteit op terrasuitrustingen. De uitbating van een terras mag de omgeving niet vervuilen. De uitbater is verantwoordelijk voor goed onderhoud van het terras en de onmiddellijke omgeving conform de bepalingen van het politiereglement op de reinheid en de gezondheid in de gemeente.
§4. Bij zomerterrassen worden windschermen toegelaten, bij jaarterrassen zijn ze verplicht. Windschermen dienen aan volgende voorwaarden te voldoen: maximaal 1m hoogte in ondoorzichtige materialen, doorzichtig (veiligheids)glas indien windscherm hoger dan 1m, nodige stabiliteit is vereist en een minimale afstand tot de rijweg is 50 cm en reflectoren op de hoeken van de windschermconstructie op een hoogte van 70cm boven het maaiveld.
Artikel 5. Aansprakelijkheid
§1. De uitbater is aansprakelijk voor alle schade die veroorzaakt wordt door het terras op het openbaar domein en het rechtmatig of onrechtmatig gebruik van de terrasvergunning.
§2. In geen geval kan de Gemeente Pittem aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen, schade, letsels,… ten gevolge van terrassen op het openbaar domein.
§3. Iedere schade aan het openbaar domein en zijn aanhorigheden ten gevolge van een terras kan door de Gemeente Pittem hersteld worden op kosten en risico van de uitbater.
Artikel 6. Controle en handhaving
§1. Onverminderd de controlebevoegdheden die voortvloeien uit andere regelgeving, gebeurt de controle op de naleving van dit reglement en de vaststelling van inbreuken door de bevoegde diensten van de Gemeente Pittem.
§2. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke en reglementaire bepalingen, kunnen inbreuken op onderhavig reglement, de terrasinplantingsplannen dan wel de verleende terrasvergunning aanleiding geven tot:
§3. Tenzij de veiligheid of de obstakelvrije doorgang in het gedrang is, kan de maatregel van artikel 6,§2,c) slechts uitgevoerd worden als de uitbater in gebreke blijft na aangetekende aanmaning om zich binnen 24u in regel te stellen. De ontvangst wordt geacht te zijn gebeurd 3 werkdagen na postdatum van de aanmaningsbrief.
§4. De sanctie van artikel 6,§2,d) en e) kan slechts toegepast worden na aangetekende aanmaning van de uitbater, met een termijn van minimum 7 kalenderdagen voor schriftelijk verweer. De ontvangst wordt geacht te zijn gebeurd 3 werkdagen na postdatum van de aanmaningsbrief.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Het reglement is van kracht van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 8. Aanwijzing van de belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de horecazaak.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, hetzij per post bij het college van burgemeester en schepenen, hetzij per e-mail via technischedienst@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
Artikel 10. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
[1] Horecazaak: hotels, restaurants, cafés, frituren, feestzalen en alle andere handelszaken waar ter plaatse voedingswaren of dranken kunnen genuttigd worden.
Het vorig reglement inzake heffen van belasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten vervalt per 31 december 2025 en dient hernomen te worden.
Definitie sluikstorten : het achterlaten of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.
De gemeente doet al heel wat inspanningen om het openbare domein netjes te houden.
Toch wordt vastgesteld dat voor het deponeren van afval niet altijd op een correcte manier gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden, zoals het containerpark of afvalcontainers, geplaatst op het grondgebied van de gemeente;
De gemeentelijke diensten dienden reeds vele malen op te treden voor het opruimen van zwerfvuil en sluikstorten.
Het is wenselijk, om teneinde dergelijke toestanden tegen te gaan, hierop een belasting te heffen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie ACT-6.10.1, budgetrekening 0020-00/7332800.
Artikel 1:
Vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2031, wordt ten voordele van de gemeente een belasting geheven op het weghalen van afvalstoffen, hondenpoep inbegrepen, die gestort of achtergelaten zijn op daartoe niet- voorziene plaatsen, tijdstippen of in niet -reglementaire recipiënten.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen heeft achtergelaten, en ingeval er meerdere daders zijn wordt elk van hen hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting. Desgevallend is diegene die daartoe opdracht of toelating gaf hoofdelijk mede aansprakelijk voor de betaling van de belasting. De subsidiaire aansprakelijkheid van de eigenaar zal gelden indien kan aangenomen en bewezen worden dat de eigenaar ook effectief schuldig of medeplichtig is. Wat de hondenpoep betreft, is de begeleider of diegene die voor de hond verantwoordelijk is, de belasting verschuldigd.
Artikel 3:
De belasting wordt per afzonderlijke ophaalbeurt als volgt vastgesteld:
- € 125 : klein en middelgroot afval zoals flessen, blikken, zakken (met inbegrip van restafvalzakken van het werkgebied IVIO achtergelaten op het grondgebied van Pittem), kartonnen dozen, klein huisraad, hondenpoep, ...
- € 250 : groot afval (tot 500 kg) zoals groot huisraad, bruin- en witgoed, matrassen, ...
- € 500 : groot afval van meer dan 500 kg
Artikel 4:
De belasting wordt contant ingevorderd door de financieel directeur tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Bij gebrek aan betaling van de factuur binnen de 30 dagen na de factuurdatum wordt de belasting ingevorderd bij middel van een kohier overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 mei 2008.
Artikel 5:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, hetzij per post bij het college van burgemeester en schepenen, hetzij per e-mail via milieudienst@pittem.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn of haar bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn of haar vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.
Artikel 6:
Onderhavig reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Naar aanleiding van de diftar-ophalingen in werkingsgebied IVIO die in voege treden vanaf 2026 werd door IVIO een nieuw reglement 'Gebruik diftar-bakken en daaraan verbonden kosten geïnd in naam en voor rekening IVIO' opgemaakt. dit werd goedgekeurd op de Raad van Bestuur van 22 september 2025. Dit reglement dient goedgekeurd te worden door de gemeenteraad.
Huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijk afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband IVIO per wijk of per staat ingezameld.
Elke inwoner is verplicht zijn/haar huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden voor de huis-aan-huis-inzameling of op een wijze zoals bepaald in de Politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare afvalstoffen, goedgekeurd in de gemeenteraad d.d. 03 november 2025, 2025/GR/137.
Voor volgende afvalstoffen stelt het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVIO een diftarcontainer ter beschikking:
- GFT-afval
- Restafval
Deelname aan de selectieve GFT-inzameling is geen verplichting. Organisch keukenafval mag ook thuis gecomposteerd worden en/of gevoederd aan huisdieren. De aanwezigheid van GFT-afval (groente-, fruit- en tuinafval) in het restafval is evenwel verboden.
Besluit
Artikel 1
GFT-bak: Voor deelname aan de selectieve GFT-inzameling is het gebruik van een grijze bak met groen deksel van IVIO verplicht. Ter herkenning staat het IVIO-logo op de achterkant van de bak. De beschikbare volumes zijn 40L (standaard) en 120L. Plastic zakjes in de GFT-container zijn verboden.
Artikel 2
REST-bak: Het gebruik van een restafval-bak is verplicht. Het gebruik van een grijze bak met geel deksel van IVIO is verplicht. Ter herkenning staat het IVIO-logo op de achterkant van de bak. De beschikbare volumes zijn 40L, 120L (standaard), 240L en 1100L. De 1100L-container wordt uitsluitend gebruikt bij meergezinswoningen of op gemeentelijke locaties, dit na overleg en goedkeuring van IVIO. Deze kan aangevraagd worden door contact op te nemen met projecten@ivio.be.
Artikel 3
Aanvraag REST- en GFT-bakken: De restafval- en of GFT-bakken zijn voorzien van een elektronische chip (met barcodesticker), adressticker en sorteersticker. Als er nog geen bakken op het adres staan kunnen deze aangevraagd worden bij de IVIO-klantendienst, bereikbaar via diftar@ivio.be of telefonisch 0800 98 002. Verhuist men naar een adres waar al een IVIO-container aanwezig is, dan dient de chip vooraf steeds opnieuw ingesteld te worden. De chip wordt geactiveerd eenmaal de mutatie ingelezen werd. De burger kan contact opnemen met IVIO om de blokkering op te heffen en de chip opnieuw in te stellen voor officiële domiciliewijziging wanneer er nood is aan afvalinzameling in de tussenliggende periode om het huis bewoningsklaar te maken. Deze dienstverlening is gratis.
Artikel 4
De containers worden vrij van waarborg ter beschikking gesteld door IVIO en blijven eigendom van IVIO.
Artikel 5
De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor het correcte gebruik en onderhoud van de bak. De gebruiker stelt IVIO zo snel mogelijk op de hoogte van schade, diefstal of verlies van de bak. IVIO zorgt voor de herstelling of de vervanging van de bak. Als deze veroorzaakt werden door onoordeelkundig gebruik, kan zij de kosten hiervoor verhalen op de gebruiker. Hieronder valt ook het scheuren van de bak tijdens het lossen indien deze de gewichten zoals vermeld in Art.6 overschrijdt.
Tips om de bak proper te houden kan men terugvinden op https://www.ivio.be/afvalophaling/diftar/veelgestelde-vragen Verwittig IVIO dadelijk wanneer uw container verloren of gestolen blijkt. Zodoende kunnen we meteen uw chip blokkeren. Bij schadegevallen kunnen in bepaalde gevallen kosten aangerekend worden. Voor de tarifering in elk van onderstaande situaties verwijzen wij naar bijlage 1 – tarieven. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd:
- Vervanging bij diefstal en schade door overmacht mét pv-attest: gratis
- Vervanging bij diefstal en schade door overmacht zonder pv-attest administratieve kost + eventuele leveringskost aan huis (bij het ophalen aan het IVIO-hoofdkantoor of na reservatie in een recyclagepark wordt geen leveringskost aangerekend)
- Herstelling van de wielen door eigen toedoen na het overschrijden van het maximum gewicht, gedefinieerd in Art.6
- Herstelling van het deksel door eigen toedoen
Artikel 6
Het aangeboden afval in de bak mag het maximum toegelaten gewicht niet overschrijden:
- 40L-bak: maximum gewicht van 15kg
- 120L-bak: maximum gewicht van 60kg
- 240L-bak: maximum gewicht van 110kg Indien het aangeboden gewicht deze maxima overschrijdt, kan deze geweigerd worden.
Artikel 7
Bij verhuis raadt IVIO de burgers aan IVIO te verwittigen. Zo kunnen ze de afvalrekening afsluiten en uw chip blokkeren. De bakken met alle toebehoren dienen na verhuis leeg, proper en in goede staat achtergelaten te worden op het vorig adres. Indien de burger IVIO niet op de hoogte stelt zal de chip, eenmaal de mutatie ingelezen werd, automatisch worden geblokkeerd. De restafvalbak blijft steeds bij het adres. Het is verboden deze mee te nemen bij verhuis.
De GFT-bak wordt bij annulatie of stopzetting van de dienstverlening terugbezorgd op het hoofdkantoor van IVIO te Izegem of op een recyclagepark binnen het IVIO-werkingsgebied. Indien de burger niet in de mogelijkheid is deze zelf terug te brengen en een ophaling door de diensten van IVIO noodzakelijk is, wordt hetzelfde tarief als voor thuislevering aangerekend.
Artikel 8
De bakken zijn identificeerbaar voor de gebruiker door een barcodesticker aan de zijkant van de bak onder de opnamerand waarop het plaatsingsadres (straat, huisnummer en eventueel busnummer, postcode en gemeente) van de bak vermeld staat. Deze gegevens zijn eveneens geprogrammeerd in de elektronische chip die door IVIO aangebracht werd in de bak. De gebruiker mag zelf geen aanpassingen aanbrengen aan de bakken.
Artikel 9
Het aanbieden van de bakken voor ledigingen dient te gebeuren aan het eigen perceel ter hoogte van de brievenbus of aan een ophaalpunt. De bakken moeten met het handvat naar de straatkant gericht staan. Het deksel van de bak dient dicht te zijn. Er mag niets op het deksel van de bakken geplaatst worden en de bakken moeten vrij staan zodat de lediging vlot kan verlopen. Er mogen enkel bijplaatsingen gebeuren nadat deze extra zakken aangegeven werden aan IVIO en als deze vergezeld zijn van een identificatie van het adres op de zak zelf. Zet de container veilig op de wegberm of stoep, zorg dat deze de doorgang voor fietsers of voetgangers niet blokkeert. Stamp de inhoud niet aan zodat een vlotte lediging mogelijk is.
Artikel 10
De installatieprijs per slot wordt bepaald in bijlage 1 – tarieven.
Artikel 11
Bij een slotaanvraag wordt de factuur door de IVIO-klantendienst opgemaakt en opgestuurd naar de aanvrager (bij voorkeur digitaal). Na betaling wordt de plaatsing ingepland en uitgevoerd.
Artikel 12
Een klant die een bak overneemt met slot van de vorige bewoner door een verhuis dient dit geplaatst slot niet te betalen. Bij een formaatwissel of wissel door schade of diefstal ontvangt men een container zonder slot. Wanneer een bewoner op zijn/haar oud adres een slot aangekocht had, dient dit op zijn/haar nieuw adres (indien gewenst) opnieuw aangekocht te worden.
Artikel 13
Indien een bak met slot verloren geraakt door vallen in de ophaalwagen, dan wordt deze vervangen door een nieuwe bak met gratis slot onder de voorwaarde dat de bak niet overladen was.
Artikel 14
Voor de omruiling wordt volgende onderscheid in tarifering voorzien:
- Eerste formaatwissel binnen de 6 maanden na een veranderende gezinssituatie of na een verhuis: gratis
- Tweede formaatwissel of formaatwissel na de periode van 6 maanden na een veranderende gezinssituatie of verhuis: zie bijlage 1 - tarieven + eventuele leveringskost aan huis: zie bijlage 1 – tarieven. Bij het ophalen aan het IVIO-hoofdkantoor of na reservatie in een recyclagepark wordt geen leveringskost aangerekend)
- Aanvraag GFT-bak: geen administratieve kost, maar eventuele leveringskost aan huis: zie bijlage 1 – tarieven. Bij het ophalen aan het IVIO-hoofdkantoor of na reservatie in een recyclagepark wordt geen leveringskost aangerekend.
Artikel 15
Voor restafval en gft afval betaalt u per kg gewicht. Voor restafval wordt daarnaast ook een aanbiedingskost in rekening gebracht. De betaling gebeurt via een afvalrekening per adres. Per ophaalpunt wordt een voorschot opgeladen op de diftarrekening. Elke lediging wordt in mindering gebracht. Als het saldo onder een drempelbedrag gaat, ontvangt u een uitnodiging om uw saldo op te laden. Via MijnIVIO kan u zelf instellen hoeveel u hoe frequent wenst op te laden. IVIO adviseert u op basis van uw historisch verbruik. U kan ook uw saldo aanzuiveren op één van de IVIO-recyclageparken.
Artikel 16
Wanneer het saldo van de afvalrekening zakt onder 12,5€ ontvangt u van IVIO automatisch een betalingsuitnodiging zodat u tijdig uw saldo kan aanvullen. Wanneer het saldo onder nul zakt nemen we nog eenmaal uw afval mee. Hebt u na de betalingstermijn geen saldo opgeladen dat kan geen betalende dienst meer uitgevoerd worden. Hou bij de betaling rekening met de interbancaire verwerkingstijd.
Na een nieuwe aanvraag of bij aanvraag bijkomende diensten, dient men eerst een voorgesteld saldo of servicebedrag op te laden, alvorens de containers aangeboden kunnen worden voor lediging.
Artikel 17
KMO’s en kleine zelfstandigen kunnen van de dienstverlening van IVIO gebruik maken, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- Het afval is vergelijkbaar met huishoudelijk afval (qua aard en hoeveelheid).
- Er wordt gebruik gemaakt van standaard IVIO-containers.
- Het afval bevat geen gevaarlijke stoffen of selectief in te zamelen bedrijfsfracties (zoals olie, metalen, hout, enz.). Deze moeten via een erkende inzamelaar worden afgevoerd.
- De KMO beschikt over een ondernemingsnummer en een officiële vestiging in een IVIOgemeente.
- IVIO kan de inzameling weigeren wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd vb. bij te grote hoeveelheden, non-conformiteiten.
- Er zijn geen personen gedomicilieerd op het inzameladres.
- Het adres ligt op een bestaande inzamelronde van IVIO.
- De KMO registreert zich online en gaat akkoord met de voorwaarden.
Aanbod IVIO aan KMO’s:
- Een bedrijf krijgt één gratis bak voor de afvalsoorten restafval en GFT ter beschikking van IVIO (max. 240L voor restafval, max. 120L voor GFT-afval)
- De containers zijn eigendom van IVIO.
- Het bedrijf dient zich online te registreren en ontvangt, na goedkeuring, een login om een bak aan te vragen. Het bedrijf dient aan te geven akkoord te gaan met de voorwaarden.
- Wanneer de facturatie vanuit de KMO wordt gevraagd per brief zullen deze kosten ook verrekend worden bij deze facturatie.
- Het tarief per kg is voor restafval en GFT gelijk aan dat van particulieren, maar er wordt een jaarlijkse servicekost aangerekend om de meerkost voor IVIO en de gemeenten te dekken (zie bijlage 1 – tarieven).
Wanneer de KMO beroep doet op de dienstverlening van IVIO aanvaardt deze de voorgaande artikels met betrekking tot het gebruik van de bakken.
Artikel 18
Verenigingen kunnen van de dienstverlening van IVIO gebruik maken, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- Het afval is beperkt en vergelijkbaar met huishoudelijk afval. Het afval mag geen gevaarlijke stoffen of verplicht selectief in te zamelen bedrijfsfracties bevatten.
- Het adres ligt op een bestaande inzamelronde van IVIO.
- Er wordt een verantwoordelijke contactpersoon opgegeven.
- De vereniging is erkend door de gemeente.
- De aanvraag van de containers wordt gedaan tijdens de eerste uitzet, zo niet worden net als bij particulieren kosten in rekening gebracht
- Op het inzameladres van de vereniging (dit is het adres waar containers voor aangevraagd worden), mogen geen personen gedomicilieerd zijn.
Het aanbod aan verenigingen:
- Een vereniging krijgt één gratis bak ter beschikking voor restafval en één voor gft.
- De vereniging kan enkel 1 restcontainer en/of 1 GFT-bak extra aanschaffen.
- Containers zijn eigendom van IVIO. Tarief aanlevering bij uitzet zie bijlage 1 – tarieven.
- Voor éénmalige extra afvalaanbieding kan via de website een autorisatie aangevraagd worden. Het extra afval kan in willekeurige zakken gestopt worden. Ze worden op de dag van de ophaling naast de afvalcontainer gezet. De afvalophalers nemen enkel de zakken mee die aangevraagd worden. De zakken worden door de ophaler in de restafvalcontainer gestopt en gewogen.
- De vereniging dient zich online te registreren en ontvangt, na goedkeuring, een login om een bak aan te vragen. Er wordt steeds gewerkt met een verantwoordelijke contactpersoon. De aanvraag wordt besproken met de gemeente die goedkeuring dient te verlenen.
- De tarieven worden gelijkgesteld aan de particuliere aanrekening.
Wanneer de vereniging beroep doet op de dienstverlening van IVIO aanvaardt deze de voorgaande artikels met betrekking op het gebruik van de bakken.
Artikel 19
Wanneer niet voldaan wordt aan de richtlijnen in bovenstaande artikels of wanneer de inhoud niet overeenkomt met de afvalfractie kan de toegewezen bak vervangen of geledigd worden met een meerkost Voor wegname niet conforme container (bijlage 1 – tarieven).
Er zijn geen variapunten.
Namens Gemeenteraad,
Carl Couckuyt
Algemeen directeur
Arne Min Jou
Voorzitter